← Terug naar het blogoverzicht
Hieronder vind je mijn volledige verhalen chronologisch onder elkaar, inclusief mijn ervaring met een verzwaringsdeken bij AuDHD en overprikkeling.
Klik op een titel om direct naar het volledige artikel te scrollen:
De keuze voor medicatie kan hoop en twijfel tegelijk oproepen. Misschien verlang je naar meer rust in je hoofd. Misschien ben je bang dat je jezelf kwijtraakt, vlak wordt of juist overprikkelder raakt. Er is geen antwoord dat voor iedere AuDHD'er klopt.
Dit artikel geeft algemene informatie en geen persoonlijk medicatieadvies. Alleen een bevoegde behandelaar kan samen met jou beoordelen welk middel en welke dosering passend zijn.
ADHD-medicatie haalt ADHD niet weg. Ze kan bepaalde klachten tijdelijk verminderen, waardoor aandacht vasthouden, beginnen, remmen of overzicht bewaren makkelijker wordt. Veelgebruikte middelen bij volwassenen zijn stimulerende middelen, zoals methylfenidaat, dexamfetamine en lisdexamfetamine. Er bestaan ook niet-stimulerende middelen, zoals atomoxetine.
Medicatie maakt autistische kenmerken niet ongedaan. Soms worden behoefte aan voorspelbaarheid of prikkelgevoeligheid juist duidelijker wanneer de ADHD-onrust afneemt. Dat betekent niet automatisch dat het middel verkeerd werkt; het kan ook betekenen dat je jouw behoeften beter opmerkt.
Richtlijnen adviseren bij ADHD en autisme dezelfde medicatiemogelijkheden als bij ADHD zonder autisme. Ze adviseren ook langzamer opbouwen en vaker controleren, omdat reacties en gevoeligheid voor bijwerkingen kunnen verschillen.
Het doel is niet zo rustig mogelijk worden, maar onderzoeken of je dagelijks leven werkelijk beter wordt. Kun je makkelijker kiezen waar je aandacht naartoe gaat? Houd je na een taak nog energie over? Eet en slaap je voldoende? Voel je je nog jezelf?
Een eenvoudig dagboek geeft vaak meer informatie dan alleen zeggen dat het goed of slecht voelt. Tijdens controles worden onder andere effect, bijwerkingen, bloeddruk, hartslag en gewicht besproken.
Bespreek bijwerkingen zoals slecht slapen, weinig eetlust, sterke prikkelbaarheid, somberheid, angst of het gevoel jezelf kwijt te zijn. Neem volgens Thuisarts direct contact op met huisarts, psychiater of huisartsen-spoedpost bij onder andere pijn op de borst, ernstige hartkloppingen, verwardheid of stemmen horen.
Vertel het ook wanneer je zwanger bent, zwanger wilt worden, borstvoeding geeft of merkt dat je meer gebruikt dan afgesproken. Deel medicatie nooit met iemand anders.
Een pil maakt een overvolle agenda, onduidelijke omgeving of voortdurende overprikkeling niet veilig. Aanpassingen, psycho-educatie, begeleiding, slaap, voeding en grenzen blijven belangrijk. Medicatie kan ruimte maken om die ondersteuning beter te gebruiken, maar hoeft nooit het enige antwoord te zijn.
Je mag medicatie proberen en kritisch blijven voelen wat ze met je doet. Je mag voordelen én nadelen benoemen. Een goede behandeling is geen test die je moet halen, maar een samenwerking waarin jouw dagelijks functioneren en kwaliteit van leven centraal staan.
Soms denk je dat je uit het niets boos, verdrietig of compleet leeg wordt. Pas later merk je dat je uren niet hebt gegeten, je schouders al de hele dag gespannen waren of een ruimte eigenlijk veel te druk was.
Interoceptie is het voelen en interpreteren van signalen uit je lichaam, zoals honger, dorst, pijn, warmte, hartslag, vermoeidheid of een volle blaas. Alexithymie gaat vooral over moeite met emoties herkennen en beschrijven. Je weet bijvoorbeeld dat er iets oncomfortabel voelt, maar niet of het angst, boosheid, schaamte of verdriet is.
Ze kunnen elkaar beïnvloeden, maar zijn niet hetzelfde. Je kunt lichaamssignalen voelen zonder er een emotioneel woord aan te kunnen geven. Andersom kun je weten dat je verdrietig bent, maar weinig fysieke signalen opmerken.
Alexithymie komt volgens een grote overzichtsstudie vaker voor bij autistische mensen, maar is geen vast onderdeel van autisme. Onderzoek naar interoceptie bij autisme laat gemengde resultaten zien. Een recente review bij ADHD wijst op mogelijke verschillen, maar noemt de onderzoeken nog klein en methodologisch beperkt.
Dat is een belangrijke nuance: jouw ervaring mag echt zijn zonder dat we doen alsof de wetenschap al precies weet hoe ieder AuDHD-lichaam werkt.
Begin niet meteen met de moeilijkste vraag. Vraag eerst:
Vaste checkmomenten kunnen helpen wanneer je signalen pas laat opmerkt. Een alarm rond maaltijden, water zichtbaar neerzetten of een korte lichaamsscan voor en na afspraken maakt voelen minder afhankelijk van toeval.
Schrijf lichamelijke klachten niet automatisch toe aan interoceptie, stress of AuDHD. Nieuwe, ernstige of aanhoudende pijn, flauwvallen, benauwdheid of andere zorgelijke signalen horen bij een arts. Leg eventueel vooraf op papier uit wat je merkt en dat het lastig is om signalen precies te beschrijven.
Je hoeft niet meteen het perfecte woord voor een gevoel te vinden. Eerder merken dat iets verandert is al winst. Van "ik weet het niet" naar "mijn borst voelt strak" kan de eerste stap zijn naar begrijpen wat je nodig hebt.
Soms lijkt je gebruiksaanwijzing ineens niet meer te kloppen. De planning die vorige week hielp werkt niet, prikkels komen harder binnen en emoties schieten sneller omhoog. Dat kan verwarrend zijn, zeker wanneer het patroon steeds terugkomt.
Onderzoek naar ADHD en geslachtshormonen groeit, maar veel studies zijn klein en verschillen sterk van elkaar. Over hormonen en de combinatie AuDHD is nog minder bekend. Zie hormonale invloed daarom als een mogelijke factor, niet als verklaring voor iedere klacht.
Sommige mensen merken rond bepaalde fasen meer moeite met aandacht, impulscontrole, stemming, slaap of prikkelverwerking. Een systematische review uit 2025 vond aanwijzingen voor een relatie tussen ADHD-klachten en hormonale veranderingen, vooral rond puberteit en de menstruatiecyclus, maar benadrukt dat verder onderzoek nodig is.
Een patroon wordt duidelijker wanneer je minstens enkele maanden dagelijks kort noteert: cyclusdag, slaap, stemming, focus, prikkels en werking of bijwerkingen van medicatie. Dat overzicht kun je meenemen naar huisarts, behandelaar of gynaecoloog.
Zwangerschap, bevalling, slaaptekort en de periode na de geboorte brengen grote lichamelijke en sociale veranderingen mee. Bespreek een kinderwens of zwangerschap vroeg met je voorschrijver. Stop of verander ADHD-medicatie niet zelfstandig. Thuisarts adviseert hierover gezamenlijke begeleiding, soms via een gespecialiseerde POP-poli.
In de jaren rond de menopauze kunnen slaap, concentratie, geheugen en stemming veranderen. Die klachten kunnen op ADHD lijken of bestaande ADHD-klachten zwaarder maken. Het helpt om zowel hormonale als neurodivergente behoeften te bespreken, zodat niet alles automatisch onder één noemer verdwijnt.
Je hoeft je klachten niet eerst wetenschappelijk te bewijzen voordat je ze mag bespreken. Tegelijk is voorzichtigheid belangrijk: het onderzoek geeft nog geen eenvoudige formule. Jouw eigen patroon, medische situatie en levensfase horen samen bekeken te worden.
Een volle wasmand lijkt één taak, maar je brein ziet misschien zoeken, sorteren, wassen, wachten, ophangen, opvouwen en opruimen. Een brief openen kan betekenen dat je iets moet begrijpen, beslissen, betalen en bewaren. Geen wonder dat kleine dingen soms als een muur voelen.
ADHD kan starten, plannen, tijd voelen en informatie vasthouden moeilijker maken. De autistische kant kan blokkeren wanneer een taak onduidelijk is of geen vast systeem heeft. Schaamte maakt de drempel daarna nog hoger: hoe langer iets blijft liggen, hoe moeilijker het voelt om te kijken.
Onderzoek naar zelfzorg bij volwassenen met ADHD noemt externe hulpmiddelen, vaste manieren van handelen en steunende relaties als belangrijke strategieën. Het systeem hoeft dus niet alleen in je hoofd te zitten.
Maak voor zware dagen een versie die klein genoeg is om te starten:
Onderhoud is niet hetzelfde als alles perfect afmaken. Een huis mag bruikbaar zijn zonder showroom te worden.
Kies een vast, kort moment per week. Zet post, e-mail, DigiD en betaalmiddelen vooraf klaar. Gebruik één lijst met drie categorieën: vandaag, deze week en wachten op iemand anders. Stop na de afgesproken tijd en plan een tweede blok wanneer dat nodig is.
Automatische betalingen en herinneringen kunnen helpen, maar controleer regelmatig of het bedrag en saldo kloppen. Bewaar belangrijke documenten op één vaste fysieke of digitale plek met eenvoudige namen.
Ongeopende post en betalingsachterstanden zijn geen moreel falen. Neem bij beginnende geldzorgen zo snel mogelijk contact op met Geldfit of je gemeente. Geldfit is gratis en anoniem bereikbaar via 0800-8115. Een vertrouwd persoon of onafhankelijke cliëntondersteuner kan ook naast je zitten bij post, aanvragen en gesprekken.
Je hoeft het huishouden niet te winnen. Het doel is dat je kunt eten, rusten, schone basisdingen hebt en belangrijke post niet onzichtbaar blijft. Alles wat het aantal stappen verlaagt, is geen valsspelen maar een passende aanpassing.
Tips, lijstjes en ervaringsverhalen kunnen je helpen begrijpen wat er gebeurt. Maar soms wordt alles wat je zelf probeert nog een taak waar je in moet slagen. Dan is hulp vragen geen mislukking. Het is informatie serieus nemen.
Bel 112 wanneer jij of iemand anders direct in levensgevaar is. Denk je aan zelfdoding of maak je je zorgen om iemand? Bel 113 of gratis 0800-0113, of chat anoniem via 113.nl. Je kunt ook de huisarts of huisartsen-spoedpost bellen; die kan zo nodig de crisisdienst inschakelen.
Bij psychische klachten is de huisarts meestal de eerste stap. De huisarts of praktijkondersteuner kan zelf begeleiden of doorverwijzen naar een psycholoog of psychiater. Vertel niet alleen welk label je vermoedt, maar vooral wat niet meer lukt en hoe lang dat al speelt.
Heb je vooral praktische hulp nodig bij huishouden, administratie, wonen, werk of zorg regelen? Dan kun je bij je gemeente informeren naar Wmo-ondersteuning. Iedere gemeente moet gratis onafhankelijke cliëntondersteuning beschikbaar stellen. Zo iemand kan meedenken en meegaan naar gesprekken.
Je mag een briefje of telefoonnotitie meenemen. Schrijf bijvoorbeeld:
Neem iemand mee die je vertrouwt wanneer je dichtklapt of belangrijke informatie vergeet. Vraag om concrete taal, schriftelijke afspraken en tijd om informatie te verwerken.
Een wachtlijst betekent niet dat je zonder steun moet blijven. Vraag de huisarts wat tijdens de wachttijd mogelijk is. Je zorgverzekeraar kan soms helpen met wachtlijstbemiddeling. Een cliëntondersteuner kan helpen zoeken naar passende praktische ondersteuning.
Vertel wat jou helpt: een rustige ruimte, duidelijke vragen, informatie op papier, pauzes of minder beeldspraak. Een behandeling mag worden aangepast aan autisme en ADHD. Wanneer iets niet werkt, betekent dat niet automatisch dat jij niet gemotiveerd bent. Bespreek wat vastloopt en wat anders kan.
Zelfhulp kan een mooie eerste steun zijn, maar hoeft nooit je laatste reddingsboei te worden. Er zijn momenten waarop een ander moet helpen dragen. Je hoeft daarvoor niet eerst de juiste woorden, een diagnose of een perfect plan te hebben.
Misschien lees je al maanden over ADHD en autisme. Steeds vaker valt er iets op zijn plaats. De behoefte aan duidelijkheid en rust. De chaos in je hoofd. Het maskeren. De overprikkeling. Het vastlopen op gewone taken. En toch blijft er twijfel: herken ik mijzelf echt, of beeld ik het me in?
Die twijfel is begrijpelijk. Zeker wanneer je jarenlang hebt geleerd om door te gaan, jezelf aan te passen en je moeite voor anderen onzichtbaar te maken. Je kunt aan de buitenkant redelijk functioneren en vanbinnen toch dagelijks veel energie kwijt zijn aan iets wat voor anderen vanzelf lijkt te gaan.
Een vermoeden is nog geen diagnose, maar het mag wel een reden zijn om jezelf serieuzer te onderzoeken en hulp te vragen.
AuDHD is geen aparte classificatie in de officiële handboeken. Het is een veelgebruikte informele term voor iemand die zowel ADHD als autisme heeft. Een onderzoeker beoordeelt de kenmerken en gevolgen van beide afzonderlijk en kijkt tegelijk hoe ze elkaar in jouw dagelijks leven beïnvloeden.
Herkenning alleen betekent niet automatisch dat je ADHD of autisme hebt. Veel ervaringen kunnen ook voorkomen bij langdurige stress, trauma, angst, depressie, slaapproblemen of lichamelijke klachten. Onderzoek kan zinvol zijn wanneer de patronen al lang bestaan en merkbaar invloed hebben op meerdere delen van je leven.
Denk bijvoorbeeld aan vastlopen op werk of school, terugkerende burn-outs, moeite met relaties, grote problemen met plannen, sterke prikkelgevoeligheid, veel herstel nodig hebben na sociaal contact of voortdurend het gevoel hebben dat je een rol speelt.
In Nederland is de huisarts meestal het eerste aanspreekpunt. Je hoeft daar niet binnen te komen met een compleet dossier of een sluitend bewijs. Je mag eenvoudig zeggen: "Ik herken al langere tijd kenmerken van ADHD en autisme. Ik loop hierdoor vast en wil graag bespreken of verder onderzoek passend is."
Vertel vooral wat de gevolgen zijn. Niet alleen dat je slecht kunt plannen, maar bijvoorbeeld dat je rekeningen blijft uitstellen, afspraken mist of na een drukke dag twee dagen moet herstellen. Niet alleen dat geluid hard binnenkomt, maar dat boodschappen doen daardoor soms niet meer lukt.
Een kort overzicht kan helpen wanneer je tijdens een gesprek dichtklapt of afdwaalt. Houd het klein en concreet:
Oude rapporten, eerdere verslagen en voorbeelden van ouders of andere mensen die je vroeger kenden, kunnen bruikbaar zijn. Ze zijn niet altijd beschikbaar. Volgens de Nederlandse richtlijn mag het ontbreken van een betrouwbare ontwikkelingsgeschiedenis niet op zichzelf de reden zijn om een autismediagnose te weigeren; de onderzoeker moet dan extra zorgvuldig naar de overige informatie kijken.
Een goed onderzoek bestaat niet uit één online test of één korte vragenlijst. Meestal zijn er meerdere gesprekken over je ontwikkeling, dagelijks functioneren en klachten. Bij ADHD wordt onder andere gekeken of kenmerken al in de jeugd aanwezig waren, langdurig bestaan en in verschillende situaties beperkingen geven.
Bij autisme wordt gekeken naar je sociale communicatie, omgaan met veranderingen, interesses, herhaling, prikkelverwerking en manieren waarop je hebt leren compenseren. Als jij toestemming geeft, kan een onderzoeker ook iemand spreken die jou goed kent.
Daarnaast hoort een onderzoeker na te gaan of andere psychische of lichamelijke problemen meespelen. Dat is geen poging om je ervaring weg te verklaren. Het is nodig om te voorkomen dat alles onder één label wordt geschoven terwijl je misschien andere of aanvullende hulp nodig hebt.
Misschien maak je oogcontact omdat je jezelf dat hebt aangeleerd. Misschien kom je georganiseerd over omdat je overal alarmen, lijstjes en noodsystemen voor gebruikt. Misschien praat je gemakkelijk, maar analyseer je ieder gesprek urenlang na.
Vertel daarom niet alleen wat je kunt, maar ook wat het kost. Hoeveel voorbereiding heb je nodig? Hoe voel je je erna? Wat gebeurt er thuis wanneer niemand meer kijkt? Juist die informatie laat zien hoe je werkelijk functioneert.
Een zelftest kan woorden geven aan je ervaringen en helpen bepalen wat je wilt bespreken. De uitslag kan geen diagnose stellen. Vragenlijsten kunnen kenmerken missen, maar ze kunnen ook hoog uitvallen door andere problemen. Gebruik de uitkomst daarom als gespreksmateriaal, niet als bewijs dat je wel of geen AuDHD hebt.
Een diagnose kan opluchting geven. Eindelijk is er een verklaring. Tegelijk kan er rouw ontstaan om gemiste hulp, verkeerde verwachtingen of jaren waarin je jezelf de schuld gaf. Ook wanneer er geen diagnose wordt gesteld, blijven je moeilijkheden echt en mag je vragen welke verklaring en ondersteuning dan wel passend zijn.
Vraag na afloop om een begrijpelijke terugkoppeling. Welke kenmerken zijn gezien? Wat betekent dit voor jouw dagelijks leven? Welke hulp, aanpassingen of psycho-educatie worden geadviseerd? Een diagnose is geen eindstation. Ze hoort een bruikbare uitleg te worden waarmee je verder kunt.
Je hoeft niet eerst volledig vast te lopen voordat je om onderzoek mag vragen. Je hoeft ook niet precies te weten welk label klopt. Het is genoeg dat je merkt dat je leven meer energie kost dan zichtbaar is en dat je daar helderheid over wilt.
Neem je verhaal mee zoals het is: niet perfect, wel eerlijk. Dat is een goede eerste stap.
Er is moe zijn, en er is het gevoel dat je hele systeem niet meer opstart. Douchen wordt een project. Een bericht beantwoorden voelt als werk. Geluiden die je normaal nog kunt verdragen komen ineens zonder filter binnen. Dingen die je eerder kon, lijken tijdelijk verdwenen.
Dat kan beangstigend zijn. Zeker wanneer je jezelf jarenlang hebt voortgetrokken met wilskracht, stress en de gedachte dat je gewoon nog iets beter je best moest doen. Op een dag werkt die noodmotor niet meer.
AuDHD-burn-out en autistische burn-out zijn geen officiële medische diagnoses. De termen worden gebruikt voor een herkenbaar patroon van langdurige uitputting, meer prikkelgevoeligheid en verlies van functioneren. De klachten kunnen overlappen met een reguliere burn-out, depressie, slaapproblemen of lichamelijke ziekte. Laat aanhoudende of ernstige klachten daarom beoordelen door je huisarts.
Een burn-out ontstaat meestal niet door één slechte dag. De belasting stapelt zich op. Je past je aan in gesprekken, onderdrukt beweging, verdraagt prikkels, probeert afspraken niet te vergeten en gebruikt vrije tijd om bij te komen van wat anderen een gewone dag noemen.
De ADHD-kant kan bovendien lang doorgaan op interesse, urgentie of hyperfocus. De autistische kant probeert ondertussen met controle en routines alles bij elkaar te houden. Zolang het lukt, lijkt het misschien alsof er niets aan de hand is. Maar onder de oppervlakte raakt de reserve steeds leger.
Als de oorzaak structurele overbelasting is, kan tijdelijk rusten helpen zonder het patroon echt te veranderen. Na het weekend wachten dezelfde eisen, prikkels en verwachtingen. Je rust dan om weer net genoeg energie te verzamelen om opnieuw over je grens te gaan.
Werkelijk herstel vraagt daarom ook een eerlijk gesprek over belasting. Welke taken kunnen weg? Welke afspraken kunnen korter? Waar kun je hulp bij krijgen? Welke prikkels zijn niet noodzakelijk? Wat doe je alleen omdat je bang bent anderen teleur te stellen?
Er bestaat geen vast stappenplan dat voor iedereen werkt. Onderzoek naar autistische burn-out noemt wel terugkerende behoeften: rust, afzondering wanneer dat helpt, verlichting van sensorische belasting, beter begrijpen wat er gebeurt en steun van mensen die je niet dwingen om sneller te herstellen.
Volledige stilstand is niet voor iedereen rustgevend. Het ADHD-brein kan van te weinig prikkels onrustig of somber worden. Herstel kan daarom ook bestaan uit zachte, voorspelbare activiteit: wandelen, iets maken, rustig gamen, tuinieren, muziek luisteren of bezig zijn met een vertrouwde interesse.
De vraag is niet alleen: doe ik weinig? De betere vraag is: vraagt dit iets van mij, of geeft dit iets terug?
Neem contact op met je huisarts wanneer de uitputting aanhoudt, snel erger wordt of je nauwelijks meer voor jezelf kunt zorgen. Een arts kan ook lichamelijke oorzaken, slaapstoornissen, depressie of andere problemen onderzoeken. Bespreek het ook wanneer je steeds vaker alcohol, drugs of medicatie gebruikt om de dag door te komen.
Ben je in direct gevaar of denk je eraan jezelf iets aan te doen? Bel 112 bij acuut gevaar of neem contact op met 113 Zelfmoordpreventie via 113 of gratis 0800-0113.
Een burn-out haalt niet weg wie je bent. Hij laat wel zien dat de manier waarop je moest functioneren niet langer vol te houden is. Dat kan verdriet geven, maar ook het begin zijn van een eerlijker leven.
Herstel hoeft niet spectaculair te zijn. Een maaltijd eten. Een afspraak afzeggen. Tien minuten buiten. Hulp aannemen. Vandaag iets minder hoeven dan gisteren. Soms zit daar precies de beweging in die je zenuwstelsel nodig heeft.
Je bent de hele dag moe. Je verlangt naar je bed. Maar zodra de avond komt, wil je hoofd nog één filmpje, één zoekopdracht of één rustig moment dat eindelijk van jou is. Wanneer je uiteindelijk ligt, begint je brein de dag opnieuw af te spelen.
Moe zijn en kunnen slapen zijn niet hetzelfde. Bij AuDHD kunnen behoefte aan prikkels, moeite met schakelen, een onrustig lichaam, piekeren en gevoeligheid voor geluid of temperatuur allemaal rond bedtijd samenkomen.
Een systematische review van onderzoek bij volwassenen vond dat zowel ADHD als autisme gemiddeld samenhangen met moeilijker inslapen, een lagere slaapefficiëntie, vaker wakker worden en een slechter ervaren slaapkwaliteit. Dat betekent niet dat iedere AuDHD'er slecht slaapt of dat ieder slaapprobleem door AuDHD komt.
Stress, pijn, angst, depressie, middelen, medicatie, hormonale veranderingen en lichamelijke slaapstoornissen kunnen ook invloed hebben. Daarom is het belangrijk om niet alles automatisch aan je brein toe te schrijven.
Een rigide schema kan veiligheid geven, maar ook mislukken zodra de dag anders loopt. Een avondmenu biedt een vaste richting met meerdere keuzes. Kies bijvoorbeeld één optie uit iedere stap:
Maak de stappen klein genoeg voor een slechte dag. Een korte versie die je werkelijk gebruikt helpt meer dan een uitgebreid schema waar je tegenop ziet.
Probeer niet van slapen een prestatie te maken. Hoe harder je jezelf dwingt, hoe alerter je vaak wordt. Lig je langere tijd wakker en raak je gespannen, sta dan even op en doe bij gedempt licht iets rustigs. Ga terug wanneer je weer slaperiger wordt.
Kijk ook naar het patroon over meerdere weken. Een slaapdagboek kan laten zien hoe laat je naar bed gaat, wakker wordt, cafeïne gebruikt, dutjes doet en hoeveel last je overdag hebt. Het doel is niet om jezelf te controleren, maar om verbanden te ontdekken.
Begin niet op eigen houtje met slaapmedicatie of melatonine omdat het onschuldig lijkt. Timing, dosering, andere medicatie en de oorzaak van je slaapprobleem maken verschil. Bespreek dit met je huisarts of apotheker.
Maak een afspraak wanneer je langere tijd slecht slaapt en daar overdag last van hebt. Bespreek het zeker wanneer je hard snurkt en ademstops hebt, bijna in slaap valt tijdens dagelijkse activiteiten, steeds onrust in je benen hebt, of wanneer pijn, somberheid of angst je wakker houden.
Een huisarts kan met je kijken naar oorzaken en behandelingen. Bij langdurige slapeloosheid kunnen slaapbehandeling en cognitieve gedragstherapie voor insomnie helpen. Slaappillen zijn meestal geen duurzame oplossing.
Je hoeft van slapen geen nieuw project te maken waarin je kunt falen. Begin met één kleine verandering die de overgang zachter maakt. Misschien is dat de grote lamp op een vast moment uitdoen, je gedachten parkeren of de telefoon tien minuten eerder wegleggen.
Rust ontstaat niet altijd doordat je hoofd stil wordt. Soms ontstaat ze doordat je hoofd leert herkennen: we hoeven vandaag niets meer op te lossen.
Wanneer werken niet meer lukt, valt er vaak meer weg dan een baan. Je verliest misschien structuur, contact, zekerheid en het gevoel dat je ergens aan bijdraagt. Tegelijk kan je lichaam opgelucht zijn dat het eindelijk niet meer iedere dag over de grens hoeft.
Die twee gevoelens kunnen naast elkaar bestaan. Je kunt dankbaar zijn voor rust en verdriet hebben om wat je bent kwijtgeraakt. Je kunt graag iets willen opbouwen en tegelijk bang zijn dat je opnieuw instort.
De WIA is bedoeld voor werknemers die na twee jaar ziekte door hun gezondheid minder kunnen werken en verdienen. UWV beoordeelt de gezondheid, mogelijkheden om te werken en wat iemand daarmee nog kan verdienen. Er zijn verschillende WIA-uitkeringen, waaronder WGA en IVA. Welke regels en verplichtingen gelden, hangt af van je persoonlijke beslissing. Kijk daarom altijd in je eigen UWV-brief of neem contact op met UWV.
Werk bestaat niet alleen uit de taak waarvoor je bent aangenomen. Er zijn reistijd, geluiden, verlichting, vergaderingen, pauzes, collega's, onverwachte wijzigingen, administratie en de overgang van werk naar thuis. Alles bij elkaar kan veel meer energie kosten dan aan de buitenkant zichtbaar is.
Maskeren kan die belasting lang verbergen. Je komt op tijd, glimlacht, lost problemen op en stort thuis in. Daardoor zien anderen misschien vooral wat lukt. Ze zien niet dat koken, contact of persoonlijke verzorging na een werkdag niet meer gaat.
Twee uur in een rustige omgeving is niet hetzelfde als twee uur onder tijdsdruk in een open kantoor. Een activiteit kan tijdens het doen goed lijken te gaan en pas later een crash veroorzaken. Kijk daarom niet alleen naar wat je op het moment zelf kunt, maar ook naar voorbereiding, prikkels, schakelen en hersteltijd.
Een eenvoudig energielogboek kan helpen. Noteer de activiteit, omstandigheden, spanning tijdens de taak en hoe je je dezelfde avond en de volgende dag voelt. Zo ontstaat een eerlijker beeld dan wanneer je alleen onthoudt dat het die twee uur "wel ging".
In onze samenleving wordt waarde vaak gekoppeld aan betaald werk. Daardoor kan een uitkering voelen alsof je jezelf moet verdedigen. Misschien ben je bang dat anderen je lui vinden. Misschien vergelijk je jezelf met leeftijdgenoten of met wie je vroeger was.
Maar uitvallen is geen vakantie. Herstellen, omgaan met klachten, afspraken bijhouden en een nieuw dagelijks ritme vinden kunnen op zichzelf al veel vragen. Jouw waarde wordt niet bepaald door een loonstrook of het aantal uren dat je productief bent.
Volledig lege dagen kunnen onrust geven, terwijl een volle planning je opnieuw uitput. Een zachte weekstructuur kan beide kanten ondersteunen:
Begin niet automatisch bij de vraag hoeveel uur je zou moeten werken. Begin bij de omstandigheden waaronder je systeem kan functioneren. Heb je behoefte aan een vaste werkplek, thuiswerken, duidelijke schriftelijke opdrachten, minder onderbrekingen, voorspelbare werktijden of één contactpersoon?
De Nederlandse Vereniging voor Autisme noemt onder andere duidelijke instructies, rust om taken af te maken, veranderingen vooraf weten en een prikkelarme vaste werkplek als mogelijke ondersteuning. Via UWV zijn in sommige situaties voorzieningen, aanpassingen of begeleiding door een jobcoach mogelijk.
Bespreek plannen eerst met je arbeidsdeskundige, adviseur werk of andere vaste contactpersoon wanneer dat volgens jouw WIA-beslissing nodig is. Inkomsten, veranderingen in werk en veranderingen in gezondheid kunnen gevolgen hebben voor je uitkering en moeten soms worden doorgegeven.
Spanning kan ervoor zorgen dat je tijdens een gesprek vooral vertelt wat op een goede dag lukt. Bereid daarom concrete voorbeelden voor:
Je mag iemand meenemen naar een belangrijk gesprek. Vraag om uitleg wanneer woorden of berekeningen niet duidelijk zijn en schrijf vragen vooraf op. Lees na afloop het verslag rustig door.
UWV vraagt om bepaalde veranderingen in werk, inkomsten, persoonlijke situatie of gezondheid door te geven. Een verandering in gezondheid kan aanleiding zijn om opnieuw te kijken naar je mogelijkheden, maar een herbeoordeling kan gevolgen hebben voor je uitkering. Vraag bij twijfel rechtstreeks aan UWV wat in jouw situatie geldt en laat je eventueel ondersteunen door een cliëntondersteuner, vakbond, rechtsbijstandsverlener of sociaal raadslid.
Herstel kan bestaan uit wandelen, zorgen voor je huis, een hobby hervatten, contact onderhouden, vrijwilligerswerk onderzoeken of simpelweg leren hoe jouw zenuwstelsel werkt. Niet alles hoeft meteen een opstap naar betaald werk te zijn om waardevol te zijn.
Een doel mag richting geven zonder een nieuwe zweep te worden. Je mag dromen en tegelijk rekening houden met vandaag.
Misschien kun je later weer iets opbouwen. Misschien ziet dat er anders uit dan vroeger. Misschien is je eerste taak nu herstellen van alle jaren waarin je te veel van jezelf vroeg.
Dat is geen stilstand. Leren leven binnen je werkelijke grenzen is werk dat bijna niemand ziet, maar het kan de basis worden waarop je eindelijk iets duurzaams bouwt.
Deze tekst geeft algemene informatie en is geen juridisch advies. WIA-regels en persoonlijke verplichtingen kunnen veranderen. Controleer daarom altijd je eigen beslissingsbrief en de actuele informatie van UWV.
Soms is er maar weinig nodig. Een kort antwoord op WhatsApp. Een andere toon. Iemand die later reageert dan normaal. Een blik die je niet kunt plaatsen. Voor een ander lijkt er misschien niets aan de hand, terwijl mijn hoofd al bezig is met één pijnlijke conclusie: ik heb iets verkeerd gedaan en straks willen ze mij niet meer.
Dat gevoel kan zo snel en zo hard binnenkomen dat het niet meer als gewone onzekerheid voelt. Mijn borst wordt strak, mijn buik draait om en mijn gedachten zoeken koortsachtig naar bewijs. Wat heb ik gezegd? Was ik te druk, te eerlijk of gewoon te veel? Zelfs na een fijn gesprek kan ik thuis alles opnieuw afspelen en vooral de momenten onthouden waarop de ander even stilviel of wegkeek.
Veel mensen gebruiken hiervoor de term RSD: Rejection Sensitive Dysphoria. In het Nederlands kun je het omschrijven als intense afwijzingsgevoeligheid. Voor mij helpt die term om woorden te geven aan iets wat anders alleen als chaos en pijn voelt.
RSD staat niet als aparte diagnose in de gangbare medische handboeken. Er bestaat ook geen officiële RSD-test. Afwijzingsgevoeligheid en emotionele ontregeling worden wel onderzocht, onder meer bij ADHD en autisme. De term kan dus herkenning geven, maar een behandelaar zal ook kijken naar bijvoorbeeld sociale angst, trauma, somberheid, hechtingsproblemen of andere oorzaken die vergelijkbare reacties kunnen geven.
Afwijzingsgevoeligheid betekent dat je afwijzing angstig verwacht, signalen ervan snel opmerkt en er sterk op reageert. Die afwijzing kan echt zijn, maar ook verwacht of vermeend. Juist onduidelijke situaties kunnen daarom zo zwaar zijn. Een neutraal bericht laat ruimte open, en mijn brein vult die ruimte soms razendsnel met het pijnlijkste verhaal.
Het woord dysphoria verwijst naar een intens gevoel van onbehagen of emotionele pijn. Dat is een belangrijk verschil met alleen niet goed tegen kritiek kunnen. De reactie kan mijn hele systeem overnemen: gedachten, emoties, lichaam en gedrag. Op dat moment voelt de afwijzing niet als één vervelend moment, maar als bewijs dat er iets mis is met mij of dat een hele relatie op het punt staat te verdwijnen.
Er is nog te weinig onderzoek om te zeggen dat RSD een vast onderdeel van AuDHD is. Toch zijn er verschillende ervaringen die elkaar bij de combinatie van ADHD en autisme kunnen versterken.
Onderzoek ondersteunt niet de simpele conclusie dat iedereen met ADHD, autisme of AuDHD automatisch RSD heeft. Het laat wel zien dat verschillende onderdelen van deze ervaring serieus genomen moeten worden.
Overzichtsstudies beschrijven emotionele ontregeling als een veelvoorkomende en belastende ervaring bij ADHD, al is er nog discussie over de precieze definitie en plaats binnen de diagnose. In kwalitatief onderzoek naar volwassenen met ADHD kwamen bij afwijzingsgevoeligheid onder andere maskeren, terugtrekken en sterke lichamelijke sensaties naar voren.
Een interviewstudie onder autistische volwassenen beschreef overweldigende gedachten en emoties, lichamelijke spanning en het opnieuw beleven van eerdere afwijzingen. Een grotere studie naar sociale pijn vond gemiddeld een hogere gevoeligheid bij autistische volwassenen dan bij niet-autistische volwassenen, maar het verschil was klein en hing sterk samen met zelfwaardering. Dat is belangrijk: autisme alleen verklaart de ervaring niet volledig.
Deze onderzoeken geven erkenning en richting, maar nog geen definitief antwoord over RSD bij AuDHD. Ze bewijzen ook niet dat één bepaald hersenmechanisme de oorzaak is. Persoonlijke aanleg, eerdere sociale ervaringen, zelfbeeld, stress, angst en de omgeving kunnen allemaal meespelen.
Bij mij raakt afwijzingsgevoeligheid vooral mijn sociale relaties. Ik kan oprecht genieten van contact en tegelijk voortdurend scannen of de ander nog wel blij met mij is. Dat kan verschillende vormen aannemen:
Niet iedereen reageert hetzelfde. De één ontploft naar buiten, de ander keert alles naar binnen. Soms wisselen die reacties elkaar af. Ook de intensiteit kan veranderen door vermoeidheid, overprikkeling, stress, hormonale schommelingen of hoe veilig een relatie op dat moment voelt.
Een trigger begint vaak in het lichaam voordat er een rustig verhaal in je hoofd ontstaat. Je hartslag stijgt, je spieren spannen aan, je krijgt een knoop in je maag of voelt plotseling schaamte, paniek, verdriet of boosheid. In zo'n alarmstand wordt het moeilijker om meerdere verklaringen naast elkaar te zien. Het brein wil snel zekerheid en kiest daarom soms de bekendste dreiging: dit is afwijzing.
Daarom werkt jezelf op de piek streng toespreken vaak niet. Je zenuwstelsel heeft eerst een signaal van veiligheid nodig. Pas daarna ontstaat er ruimte om feiten en aannames uit elkaar te halen.
Je hoeft niet iedere trigger alleen op te lossen. Met mensen die je vertrouwt, kun je vooraf simpele communicatieafspraken maken. Vraag om directe taal in plaats van hints. Spreek af dat iemand bij weinig energie bijvoorbeeld zegt: "Ik ben moe en reageer morgen; het ligt niet aan jou." Maak ook duidelijk dat een correctie beter landt wanneer die over één concreet gedrag gaat en niet over jou als persoon.
Een vaste checkzin kan schaamte verminderen. Bijvoorbeeld: "Mijn RSD-alarm gaat af. Wil je alleen even zeggen of er echt iets tussen ons speelt?" Zo vraag je om duidelijkheid zonder van de ander te eisen dat die al je gevoelens oplost.
Veiligheid betekent ook dat beide mensen grenzen mogen hebben. Niet ieder stil moment kan worden voorkomen en niemand kan voortdurend geruststelling geven. Het doel is daarom niet volledige zekerheid, maar samen duidelijker communiceren én leren dat spanning soms voorbij kan gaan zonder dat de relatie verdwijnt.
RSD kan overlappen met sociale angst, traumareacties, depressie, een laag zelfbeeld en problemen rond hechting. Bij sociale angst staat de angst om negatief beoordeeld te worden vaak centraal. Bij afwijzingsgevoeligheid ligt de nadruk meer op het snel verwachten, waarnemen en intens beleven van afwijzing. In het dagelijks leven kunnen die patronen tegelijk voorkomen en zijn ze niet altijd zelf uit elkaar te halen.
Als de angst je relaties beheerst, je jezelf steeds isoleert, je vaak in paniek raakt of gedachten hebt om jezelf iets aan te doen, bespreek dit dan met je huisarts of behandelaar. Bij direct gevaar bel je 112. Je hoeft niet eerst zeker te weten welk label erbij hoort om hulp te mogen vragen.
De pijn van afwijzing is niet ingebeeld. Ook wanneer later blijkt dat de ander je niet wilde afwijzen, was de reactie in je lichaam echt. Tegelijk is een gevoel geen waterdicht bewijs van wat een ander denkt.
Voor mij zit de groei precies in die ruimte: mijn pijn serieus nemen, zonder mijn eerste angstige conclusie direct tot waarheid te maken. Niet verdwijnen, niet meteen vechten, maar eerst landen. Daarna vragen wat er werkelijk aan de hand is. Dat lukt niet altijd, maar iedere keer dat het wel lukt, leert mijn zenuwstelsel iets nieuws: onzekerheid is moeilijk, maar niet automatisch het einde van de verbinding.
Heb je dat ook? Dat je de laatste tijd achter dingen komt die je in het verleden hebt gedaan, hebt meegemaakt of hebt getolereerd, en dat er ineens een golf van diepe, loodzware rouw over je heen spoelt? Dat je kijkt naar de keuzes die je maakte om in het plaatje van een ander te passen, en dat je nu pas ziet hoe pijnlijk dat eigenlijk was?
En misschien voel je direct daarna, of zelfs net daarvoor, ook een intense vlaag van trots. Een stemmetje dat fluistert: kijk dan, ik zie het eindelijk. Ik doorzie het masker en ik wil veranderen naar wie ik echt ben.
Maar zodra je die beslissing neemt, kan de verlamming toeslaan. Want waar begin je? Hoe kom je terug bij jezelf als je de landkaart van je eigen ik nooit echt hebt meegekregen?
Als je leeft met AuDHD, is die emotionele achtbaan niet vreemd. Het is de rauwe realiteit van demaskeren. En eerlijk: dat is topsport voor je zenuwstelsel.
Helen met AuDHD is zo verwarrend omdat je brein vaak aan twee kanten tegelijk trekt. De autistische kant snakt naar rust, voorspelbaarheid, structuur en een veilige routine. De ADHD-kant wil juist dopamine, impulsen, verandering, beweging en spontaniteit.
Zodra je besluit je masker minder strak te dragen en op zoek te gaan naar jezelf, proberen beide kanten hun eigen handleiding door te drukken. De ene dag heb je totale stilte nodig om te ontprikkelen. De volgende dag vlieg je tegen de muren op van pure verveling.
Je bent een bewegend balanspunt aan het zoeken in een storm. Dat maakt de zoektocht niet zwak, overdreven of dramatisch. Het maakt haar gewoon enorm vermoeiend.
Demaskeren betekent dat je langzaam onderzoekt welke delen van je gedrag echt van jou zijn en welke delen vooral zijn ontstaan om veilig, gewenst of aangepast over te komen. Dat kan bevrijdend zijn, maar ook heel kwetsbaar.
Het moment waarop de schellen van je ogen vallen, kan pijn doen. Je kijkt terug en ziet ineens hoe vaak je over je eigen grenzen bent gegaan. Hoe vaak je hebt gepleased. Hoe vaak je jezelf kleiner, stiller, makkelijker of sterker hebt gemaakt dan je eigenlijk was.
Dat noemen sommige mensen retroactieve rouw: rouwen om het verleden met de kennis van nu. Je rouwt om tijd die verloren is gegaan. Om de persoon die je misschien had kunnen zijn als je eerder had geweten wat je nu weet. Om de zachtheid die je nodig had, maar niet kreeg.
Laat die pijn er zijn. Ze is logisch. Ze is geldig. Je functioneerde toen in de overlevingsstand. Je deed het beste wat je kon met de woorden, steun en hulpmiddelen die je op dat moment had.
Soms zoeken we de antwoorden buiten onszelf. In boeken, video's, diagnoses, adviezen, schema's of mensen die precies lijken te weten hoe het moet. En soms kunnen die dingen ook echt helpen. Maar de diepste verschuiving gebeurt vanbinnen.
De rouw toelaten. De trots voelen. Erkennen dat je wilt veranderen. Merken dat je lichaam ergens nee tegen zegt. Voelen dat een situatie veilig is of juist niet. Dat zijn geen kleine dingen. Dat zijn signalen van een zenuwstelsel dat langzaam weer contact zoekt met zichzelf.
Vergelijk het met een gebroken been. Een arts kan het bot rechtzetten en er gips omheen doen, maar het lichaam moet uiteindelijk zelf het zware werk doen om weer aan elkaar te groeien. Zo werkt helen ook. Hulp kan ondersteunen, maar jouw systeem moet in zijn eigen tempo leren wat veilig voelt.
Echte verandering ontstaat vaak wanneer we de veiligheid ervaren van pure, oordeelloze verbinding. Misschien heb je, net als ik, iemand in je leven: een veilig persoon, een vriend of vriendin, die de vonk gaf waardoor jouw helingskracht weer aan mocht gaan. Iemand die je het diepe besef geeft dat je er mag zijn, precies zoals je bent.
In haar buurt mag het masker eindelijk af. Het is een plek waar je zenuwstelsel direct in de ruststand zakt. Ze luistert zonder oordeel en weet telkens precies de juiste woorden te vinden. Woorden die voelen als dat cruciale zetje in de rug dat je nodig hebt om weer dichter bij je eigen kracht en zelfwaardering te komen. Waar jouw ongezouten eerlijkheid niet te veel is, maar juist wordt gewaardeerd.
Als je zo iemand hebt gevonden, besef dan één ding goed: die ander kan de vonk geven, maar jij bent degene die vlam vat. Die helingskracht zat al die tijd al in jou. Ze wachtte alleen op een omgeving die veilig genoeg voelde om naar buiten te komen.
De zoektocht naar jezelf kan uitputtend zijn. Je bent misschien een fundament aan het verbouwen dat al jaren op automatische piloot draaide. Dan is het logisch dat je vastloopt in de vraag: hoe kom ik bij mijn echte ik?
Misschien hoef je die vraag vandaag nog niet helemaal te beantwoorden. Je hoeft de bestemming niet te kennen om een eerste stap te zetten.
Begin kleiner. Zeg een keer nee wanneer je normaal ja zou zeggen. Gebruik een fidget toy tijdens een gesprek. Plan een dag waarop de lat op de grond ligt. Draag kleding die prettig voelt in plaats van kleding die alleen maar sociaal handig is. Geef eerlijk aan dat je even stilte nodig hebt.
Dat lijken kleine dingen, maar voor iemand die jarenlang heeft gemaskeerd, zijn het geen kleine dingen. Het zijn proefstukjes van jezelf.
Helen met AuDHD is niet netjes, rechtlijnig of snel. Het is rouwen, ontdekken, terugvallen, opnieuw proberen en soms ineens trots zijn op iets wat niemand anders ziet. Het is merken dat je niet kapot bent, maar jarenlang hebt overleefd met een gebruiksaanwijzing die nooit voor jou geschreven was.
Je hoeft het niet perfect te doen. Dat je het nu ziet, dat je voelt dat je wilt veranderen en dat je voorzichtig kiest voor jezelf, maakt je al krachtiger dan je waarschijnlijk doorhebt.
Als je opgroeit met een AuDHD-brein, loop je vaak door een mijnenveld van prikkels, emoties en spanning. Alleen wist je vroeger misschien nog niet dat jouw zenuwstelsel zo werkte. Daardoor konden kwetsbare emoties zoals verdriet, angst of een diep gevoel van onrecht binnen een seconde omslaan in pure fysieke boosheid.
Veel AuDHD'ers herkennen dit. Eerst voel je pijn. Of machteloosheid. Of het gevoel dat iets intens oneerlijk is. En voordat je goed doorhebt wat er gebeurt, staat je hele lichaam in de vechtstand. Vroeger sneuvelde er misschien een telefoon, een deur, een kastje of iets anders dat toevallig in de buurt stond.
Nu je ouder bent en meer begrijpt over AuDHD, wordt de logica erachter duidelijker. Niet als excuus voor gedrag dat schade kan doen, maar wel als verklaring voor wat er vanbinnen gebeurt.
Voor een AuDHD-brein zijn emoties vaak geen kleine golfjes. Ze kunnen voelen als vloedgolven. Als verdriet, angst of onrecht te groot wordt, raakt het zenuwstelsel razendsnel overprikkeld. Dan kan er een emotionele meltdown ontstaan: je hoofd kan niet meer ordenen, je lijf staat strak en de druk moet ergens heen.
Boosheid voelt op zo'n moment soms krachtiger dan machteloosheid. Verdriet maakt je kwetsbaar. Angst maakt je onzeker. Onrecht kan je volledig klemzetten. Boosheid geeft, hoe destructief ook, heel even het gevoel dat er beweging komt in iets wat vanbinnen ondraaglijk vastzit.
Een meltdown is geen driftbui om je zin te krijgen. Het is een noodreactie van een zenuwstelsel dat te veel prikkels, emoties of spanning tegelijk moet verwerken.
ADHD kan emoties heel fysiek maken. Spanning blijft niet netjes in je hoofd zitten. Het schiet door je lijf. Je hartslag gaat omhoog, je spieren spannen aan en je impulsen worden sterker. Als de interne druk te hoog wordt, voelt het alsof die energie onmiddellijk ergens heen moet.
Dingen kapotmaken kan dan een impulsieve manier worden om spanning te ontladen. Niet omdat je daar trots op bent. Niet omdat je iemand pijn wilt doen. Maar omdat je systeem in dat moment geen andere uitgang meer lijkt te vinden.
De autistische kant van AuDHD zoekt vaak naar duidelijkheid, voorspelbaarheid en controle. Maar verdriet, angst en onrecht zijn juist ongrijpbaar. Je kunt ze niet even netjes ordenen. Je kunt ze niet altijd oplossen. Je kunt niet altijd meteen uitleggen waarom het zo veel pijn doet.
En precies daar kan boosheid binnenkomen. Boosheid voelt actiever dan machteloosheid. Iets fysiek doen, hoe verkeerd of pijnlijk achteraf ook, kan heel even voelen alsof je invloed hebt op je omgeving. Alsof je niet alleen maar hoeft te ondergaan wat er binnenin gebeurt.
Een destructieve impuls betekent niet dat je een slecht mens bent. Het betekent wel dat je zenuwstelsel een veiligere manier nodig heeft om spanning te ontladen voordat de druk te groot wordt.
Vroeger dacht je er misschien niet over na. De druk liep op, de stoppen sloegen door en iets in de omgeving moest het ontgelden. Dat was geen rustige keuze. Het was overleven in een wereld die jou niet begreep, terwijl jij jezelf ook nog niet goed begreep.
Als je geen woorden hebt voor wat er vanbinnen gebeurt, neemt je lijf het vaak over. Dan wordt boosheid de taal van verdriet. Dan wordt slopen de bliksemafleider voor pijn die eigenlijk gezien, gehoord en gedragen had moeten worden.
Een AuDHD-diagnose verandert niet alles in één keer, maar het kan wel veel verklaren. Het geeft geen vrijbrief voor destructief gedrag, maar het geeft wel inzicht. En inzicht maakt ruimte tussen gevoel en impuls.
In plaats van dat de emotie je volledig overneemt, kun je soms eerder voelen: dit is onrecht. Dit is angst. Dit is verdriet. Dit is machteloosheid. En misschien kun je zelfs zeggen: "Ik voel zo veel spanning dat ik het liefst iets kapot zou maken."
Dat uitspreken is geen mislukking. Het is juist een enorme stap. Want op dat moment zit er al een klein stukje bewustzijn tussen de emotie en de actie. Het deurtje tussen voelen en doen staat dan niet meer wagenwijd open.
Boosheid is vaak niet de eerste emotie. Boosheid is vaak de bodyguard. Daaronder zit verdriet, angst, schaamte, overprikkeling of het gevoel dat iets intens oneerlijk is. Als je ouder wordt en jezelf beter leert begrijpen, kun je soms directer naar die onderliggende emotie toe.
Dat betekent niet dat de boosheid nooit meer komt. Je brein mag nog steeds razendsnel en intens reageren. Maar je kunt leren om de spanning eerder te herkennen, woorden te geven aan de drang en een veiligere uitlaatklep te zoeken voordat je jezelf of je omgeving schade aandoet.
Het slopen van spullen was vroeger misschien de bliksemafleider voor pijn waar je geen taal voor had. Nu mag je leren dat die pijn ook rechtstreeks aandacht mag krijgen. De boosheid hoeft niet altijd de beschermer van je verdriet te zijn.
Door te praten, te herkennen en eerder te vertragen, bescherm je niet alleen de deuren, telefoons en spullen om je heen. Je beschermt uiteindelijk ook jezelf.
En dat is misschien wel de grootste verandering: niet meer alleen overleven in de explosie, maar leren begrijpen wat er vóór die explosie om hulp vroeg.
Mijn grootste valkuil is misschien wel dat ik precies weet hoe ik moet liefhebben, maar soms geen idee heb hoe ik moet geloven dat iemand echt van mij houdt. Ik kan liefde geven. Intens zelfs. Maar zodra liefde mijn kant op komt, begint er vanbinnen iets te twijfelen, te scannen en te analyseren.
Bij AuDHD, de combinatie van autisme en ADHD, voelt het leven vaak als een interne paradox. Je kunt behoefte hebben aan verbinding, maar tegelijk bang zijn voor wat verbinding van je vraagt. Je kunt iemand heel dichtbij willen laten komen, terwijl je zenuwstelsel ondertussen zoekt naar bewijs dat het veilig is.
Dat maakt relaties soms ingewikkeld. Niet omdat je niet wilt liefhebben. Niet omdat je koud bent. Niet omdat je expres afstand houdt. Maar omdat liefde, veiligheid en vertrouwen in een neurodivergent zenuwstelsel soms veel minder vanzelfsprekend binnenkomen dan mensen aan de buitenkant denken.
Als ik van iemand hou, dan is dat niet half. Het ADHD-deel in mij kan volledig aangaan op iemand. Ik merk kleine veranderingen in toon, onthoud details, voel stemmingen snel aan en wil graag helpen. Soms nog voordat de ander überhaupt heeft gevraagd om hulp.
Dat kan mooi zijn. Liefde kan warm, loyaal, creatief en diep voelen. Maar het kan ook veel worden. Mijn aandacht kan heel sterk naar de ander gaan. Hoe gaat het met diegene? Heb ik iets verkeerd gezegd? Kan ik iets doen? Heeft iemand me nodig?
Geven voelt dan vaak veiliger dan ontvangen. Als ik geef, heb ik nog een soort controle. Dan weet ik wat mijn rol is. Ik ben behulpzaam, betrokken, loyaal, aanwezig. Maar wanneer iemand liefde aan mij geeft, wordt het ingewikkelder.
Op het moment dat iemand iets liefs zegt, waardering uitspreekt of dichtbij komt, gaat er in mijn hoofd soms geen rust aan, maar juist een alarmsysteem. Mijn autistische kant zoekt naar logica, patronen en voorspelbaarheid. Maar liefde is niet altijd logisch. Liefde is niet altijd meetbaar. En dat maakt het spannend.
Dan komen de vragen vanzelf:
Een compliment kan daardoor niet alleen prettig voelen, maar ook ongemakkelijk. Een lief gebaar kan mijn hoofd juist aan het werk zetten. Niet omdat ik ondankbaar ben, maar omdat mijn systeem probeert te begrijpen of het veilig is.
Als je lang hebt gemaskeerd, leer je jezelf aan dat je vooral waardevol bent wanneer je je aanpast. Wanneer je rustig genoeg bent. Behulpzaam genoeg. Grappig genoeg. Niet te moeilijk. Niet te intens. Niet te veel.
Dan kan liefde ontvangen voelen alsof iemand van een versie houdt die je zelf hebt gebouwd om veilig te blijven. En ergens diep vanbinnen komt dan de angst: als ik stop met aanpassen, blijft die liefde dan nog?
Dat is een pijnlijke gedachte. Want soms wil je juist niets liever dan geloven dat iemand blijft. Dat iemand niet alleen houdt van de sterke, behulpzame of aangepaste versie, maar ook van de vermoeide versie. De overprikkelde versie. De stille versie. De versie die niet altijd gezellig, stabiel of makkelijk is.
Maskeren betekent dat je jezelf bewust of onbewust aanpast om veiliger, rustiger of "normaler" over te komen. Dat kan helpen om sociaal te overleven, maar het kost vaak veel energie en maakt ontvangen liefde soms ingewikkeld.
Niet kunnen geloven dat je geliefd bent, betekent niet dat je geen liefde voelt. Soms betekent het dat je zenuwstelsel nog moet leren dat ontvangen ook veilig kan zijn.
Bij AuDHD kan afwijzing extra hard binnenkomen. Soms zelfs wanneer er geen echte afwijzing is, maar alleen een verandering in toon, een korter berichtje of iets wat anders voelt dan normaal. Mijn hoofd kan daar dan razendsnel betekenis aan geven.
Misschien is iemand boos. Misschien ben ik te veel geweest. Misschien trekt iemand zich terug. Misschien heb ik iets kapotgemaakt zonder het door te hebben.
Dat soort gedachten kunnen heel overtuigend voelen. En als je eerder hebt meegemaakt dat mensen afhaakten toen je te eerlijk, te intens of te kwetsbaar werd, gaat je systeem zichzelf beschermen. Dan voelt het veiliger om afstand te houden, te analyseren of alvast rekening te houden met verlies.
Geven kan dan een veilige plek worden. Zolang ik de gever ben, hoef ik minder te ontvangen. Zolang ik zorg, steun, luister of help, heb ik een duidelijke rol. Dan voel ik me nuttig. Nodig. Waardevol.
Maar liefde hoort niet alleen te bestaan uit nuttig zijn. Je zou niet pas liefde hoeven verdienen door sterk, handig, grappig of beschikbaar te zijn. Alleen dat weten is iets anders dan het ook echt voelen.
Ik probeer steeds beter te begrijpen dat dit geen karakterfout is. Het is een beschermingsmechanisme. Een manier waarop mijn brein en zenuwstelsel proberen te voorkomen dat ik onverwacht geraakt word.
Het doel is voor mij niet om ineens elk compliment zonder twijfel te geloven. Dat zou te groot zijn. Het begint kleiner. Met merken wat er gebeurt. Met voelen dat ik twijfel, zonder meteen alles weg te duwen. Met een lief gebaar niet direct analyseren tot er niets meer van overblijft.
Soms mag liefde ongemakkelijk voelen en toch echt zijn. Soms mag ik bang zijn en toch blijven. Soms mag mijn hoofd zoeken naar gevaar, terwijl ik mezelf zacht herinner: dit moment hoeft niet meteen bewezen, verklaard of opgelost te worden.
Misschien is dit wel een van de moeilijkste stukken van AuDHD: leren dat je niet alleen liefde hoeft te geven, maar dat je ook liefde mag ontvangen. Ook als je zenuwstelsel daar nog niet meteen in gelooft.
Ik ben daar nog niet klaar mee. Misschien duurt dat ook nog wel even. Maar ik probeer mezelf steeds vaker toe te staan dat liefde niet pas echt is wanneer ik haar volledig begrijp. Soms is liefde er al, ook wanneer mijn hoofd nog achterloopt.
En misschien mag dat genoeg zijn om mee te beginnen.
Gisteren deed ik iets wat ik al veel te lang niet had gedaan. Ik trok mijn schoenen aan en liep de deur uit. Gewoon in mijn eigen omgeving. Geen druk centrum, geen volle straten en bijna geen mensen. Alleen een zandpad, weilanden, de polder, het kanaal en de buitenlucht.
Ik liep over een rustig zandpad tussen de weilanden door, zo richting de polder. Via een ander zandpad kwam ik bij het kanaal. Daarna liep ik langs het water weer terug naar huis. Het klinkt misschien simpel, maar voor mij voelde het als veel meer dan alleen een rondje wandelen.
Toen ik vertrok, zat mijn hoofd vol. Als je in de WIA zit, ben je ongemerkt veel thuis. De dagen kunnen dan op elkaar gaan lijken. Je wereld wordt kleiner, je gedachten worden groter en de muren kunnen op je afkomen. Tel daar de stress bij op over mijn kinderen die ik momenteel niet zie, en je hebt een hoofd dat bijna continu aanstaat.
Maar toen ik eenmaal buiten liep, gebeurde er iets. Niet ineens magisch. Niet alsof alle problemen verdwenen. Maar mijn systeem zakte een beetje. Mijn lijf was in beweging, mijn ogen konden verder kijken dan de muren om me heen en mijn hoofd kreeg eindelijk iets anders te doen dan malen.
Ik kwam thuis met een gevoel dat ik de laatste tijd niet zo vaak heb: voldaan en rustig tegelijk. Niet omdat mijn leven ineens opgelost was, maar omdat ik even had gevoeld dat ik nog in beweging kan komen.
Die wandeling liet me voelen dat beweging echt iets kan doen met mijn hoofd. Voor mij gaat wandelen niet alleen over conditie of stappen tellen. Het gaat ook over uit de sleur komen. Over mijn zenuwstelsel iets geven wat niet bestaat uit schermen, zorgen, wachten, denken en thuis blijven hangen.
Er zat iets rustigs in het ritme. Stap voor stap. Zand onder mijn schoenen. Weilanden naast me. Water langs me. Geen ingewikkelde gesprekken, geen verwachtingen en bijna geen prikkels van andere mensen. Dat maakte het behapbaar.
Juist met AuDHD kan mijn hoofd heel snel vol raken. Mijn ADHD-kant wil beweging, prikkel en iets om naartoe te gaan. Mijn autistische kant wil veiligheid, voorspelbaarheid en weinig onverwachte dingen. Zo'n rustige route in mijn eigen omgeving raakte precies iets daartussenin: wel beweging, maar niet te veel chaos.
En toch betekent dat niet dat wandelen nu ineens makkelijk is. Het moeilijkste stuk is voor mij vaak niet het lopen zelf. Het moeilijkste stuk is beginnen.
Met AuDHD kan de opstartfase voelen alsof er een muur voor me staat. Ik kan weten dat iets goed voor me is en het toch niet doen. Niet omdat ik niet wil, maar omdat mijn hoofd niet goed van weten naar doen schakelt. Schoenen aantrekken, route kiezen, naar buiten gaan, bedenken wat ik nodig heb: het zijn allemaal kleine stappen, maar samen kunnen ze groot voelen.
Daarom ben ik gaan nadenken over hoe ik wandelen in mijn routine kan laten passen. Niet als streng schema waar ik mezelf mee om de oren sla, maar als iets waar ik langzaam vertrouwen in opbouw.
Omdat ik merk dat een doel mij kan helpen, ben ik gaan zoeken naar iets om naartoe te werken. Op TikTok zag ik een video van de Mullerthal Trail in Luxemburg. Ik was meteen geraakt door de natuur daar. Rotsen met mos, smalle kloven, bossen, water en wandelpaden die bijna sprookjesachtig lijken.
De Mullerthal Trail is in totaal ongeveer 112 kilometer lang en bestaat uit meerdere routes. Dat klinkt enorm, en dat is het ook. Ik ga dat echt niet zomaar even in een keer doen. Maar wat mij hoop gaf, is dat er ook kortere routes zijn. De lokale route B2 bij Berdorf is bijvoorbeeld ongeveer 4,33 kilometer. Dat voelt als een droom die misschien ooit in kleine stappen dichterbij kan komen.
Ook fijn om te weten: op de officiële Mullerthal-site staat dat openbaar vervoer in Luxemburg gratis is. Dat maakt het voor mij minder alles-of-niets. Als iets te veel wordt, voelt het idee van kunnen inkorten of terug kunnen reizen minder bedreigend.
Mijn droom is er, maar de twijfel ook. Gaat dit me lukken met mijn AuDHD? Nieuwe dingen doen vind ik spannend. Alleen op pad gaan al helemaal. Ik merk dat ik best aan mensen kan hangen. Niet omdat ik niets zelf wil, maar omdat iemand naast me soms veiligheid geeft. Iemand die me helpt starten, me helpt relativeren en me helpt als mijn hoofd ineens te veel scenario's gaat maken.
Want mijn hoofd kan heel snel vooruit schieten. Wat als ik overprikkeld raak? Wat als ik de weg kwijt raak? Wat als ik ergens alleen vastloop? Wat als het te veel wordt en ik niet goed weet hoe ik terug moet komen? Dat zijn geen verzonnen angsten. Voor mij voelen ze echt.
Maar ik probeer het nu anders te bekijken. Ik hoef morgen nog niet in Luxemburg te lopen. Ik hoef niet meteen stoer, zelfstandig en volledig zeker te zijn. Misschien begint dit niet met een grote reis. Misschien begint het gewoon met nog een rondje over dat zandpad.
Elke wandeling in mijn eigen omgeving kan een training zijn. Niet alleen voor mijn benen, maar ook voor mijn routinespier. Voor mijn zelfvertrouwen. Voor het leren voelen: ik kan naar buiten, ik kan bewegen, ik kan terugkomen en ik hoef niet alles perfect te doen.
Misschien wordt mijn eerste doel gewoon een vaste korte route. Daarna een iets langere route. Misschien een keer wandelen met iemand erbij. Misschien later een onbekende route in Nederland. En ooit, als het lukt, een klein stukje Mullerthal.
Dat is voor mij de zachtere manier om naar een droom te kijken. Niet als druk, maar als richting.
Ik zit nog in de startblokken. De angst is er nog. De stress over mijn kinderen is er ook nog. De WIA, het veel thuis zijn, het vastlopen en het moeilijk kunnen beginnen verdwijnen niet door een wandeling.
Maar die ene wandeling heeft me wel iets laten voelen wat ik nodig had: dat mijn wereld weer een beetje groter kan worden. Zandpad voor zandpad. Stap voor stap. Niet door mezelf te forceren, maar door mezelf een doel te geven dat hoop geeft.
En misschien is dat voor nu genoeg.
Vermoeidheid bij AuDHD is vaak niet hetzelfde als "gewoon moe zijn". Het kan voelen alsof je hele systeem leeg is. Alsof je lichaam nog wel aanwezig is, maar je hoofd geen schakels meer over heeft. Zelfs gewone dingen zoals douchen, boodschappen doen, een gesprek voeren of een planning aanpassen kunnen dan voelen alsof ze veel meer kosten dan ze zouden moeten kosten.
Dat betekent niet dat je lui bent of minder aankunt. Het betekent vaak dat jouw brein en zenuwstelsel de hele dag veel onzichtbaar werk doen. Je filtert prikkels, probeert overzicht te houden, maskeert misschien je reacties, schakelt tussen taken, verwerkt emoties en probeert ondertussen ook nog "normaal" mee te draaien.
Bij AuDHD trekken ADHD en autisme vaak aan twee kanten. Je ADHD-kant zoekt prikkel, afwisseling en dopamine. Je autistische kant zoekt voorspelbaarheid, rust en controle. Die combinatie kan veel energie kosten, zelfs wanneer er aan de buitenkant weinig gebeurt.
Veel AuDHD'ers hebben moeite met echt uitstaan. Je denkt vooruit, analyseert gesprekken terug, bedenkt scenario's, probeert taken te ordenen en voelt ondertussen alle prikkels in je omgeving. Zelfs rustmomenten kunnen daardoor niet echt als rust voelen.
Als je jezelf de hele dag inhoudt, aanpast of sociaal "goed" probeert te doen, kost dat veel kracht. Je glimlacht terwijl je overprikkeld bent, blijft zitten terwijl je weg wilt, of zegt dat het goed gaat terwijl je eigenlijk al leeg bent. Daarna komt de rekening vaak later.
Van slapen naar opstaan, van thuis naar buiten, van werk naar rust, van bezoek naar alleen zijn: overgangen lijken klein, maar voor een AuDHD-brein kunnen ze zwaar zijn. Elke overgang vraagt schakeltijd. Als die schakels de hele dag achter elkaar komen, raakt je systeem sneller op.
Bij gewone vermoeidheid helpt slapen vaak genoeg. Bij AuDHD-vermoeidheid is dat niet altijd zo. Als je zenuwstelsel te lang op spanning heeft gestaan, heeft het vaak meer nodig dan slaap: minder prikkels, minder verwachtingen, meer voorspelbaarheid en toestemming om tijdelijk minder te moeten.
Vermoeidheid is niet altijd een teken dat je te weinig je best doet. Soms is het juist het bewijs dat je veel te lang te hard hebt volgehouden.
Wacht niet tot je helemaal instort. Probeer te stoppen wanneer je merkt dat het nog net gaat. Dat voelt misschien overdreven, maar bij AuDHD is vroeg pauzeren vaak juist de manier om een grote crash te voorkomen.
Een afspraak van een uur is misschien niet één uur. Voor jouw systeem kan het ook reistijd, voorbereiding, sociaal schakelen en herstel achteraf zijn. Zet herstel daarom niet pas in je agenda als je al leeg bent, maar als vast onderdeel van je dag.
Vraag jezelf niet: "Hoe krijg ik alles gedaan?" Vraag liever: "Wat is vandaag echt nodig?" Soms is een goede dag niet de dag waarop je alles doet, maar de dag waarop je voorkomt dat je jezelf kwijtraakt.
Scrollen, filmpjes kijken of eindeloos informatie zoeken kan voelen als rust, maar geeft je brein vaak nieuwe input. Echte rust is vaker stiller: liggen, douchen, wandelen zonder podcast, onder een deken kruipen, ademruimte nemen of even niets hoeven uitleggen.
AuDHD-vermoeidheid vraagt niet om harder doorzetten, maar om eerlijker luisteren. Je lichaam en hoofd geven signalen. Niet om je dwars te zitten, maar om je te beschermen tegen een nog diepere crash.
Je mag je leven zo inrichten dat jouw energie serieus wordt genomen. Niet pas wanneer je kapot bent, maar juist daarvoor.
Overprikkeling bij AuDHD voelt vaak alsof de wereld te hard staat. Geluid komt scherper binnen, licht voelt feller, mensen praten door elkaar, je kleding zit ineens verkeerd en je hoofd kan niets meer netjes ordenen. Soms lijkt het alsof je ineens omslaat, maar meestal was je zenuwstelsel al veel langer aan het stapelen.
Bij AuDHD kan overprikkeling extra verwarrend zijn. Je ADHD-kant kan prikkels zoeken, nieuwe dingen willen en moeite hebben met remmen. Je autistische kant kan juist overspoeld raken door diezelfde prikkels en hunkeren naar stilte, voorspelbaarheid en controle. Daardoor kun je iets opzoeken wat je later compleet leegtrekt.
Overprikkeling betekent dat je brein en zenuwstelsel meer input krijgen dan ze op dat moment kunnen verwerken. Dat kan gaan om geluid, licht, geur, aanraking, sociale spanning, emoties, taken, veranderingen of verwachtingen. Het is dus niet alleen sensorisch. Ook mentale en sociale druk kunnen prikkels zijn.
Prikkelstapeling betekent dat kleine dingen zich ongemerkt opstapelen. Eén geluid lijkt misschien niet erg, maar samen met vermoeidheid, sociale druk en onverwachte verandering kan het ineens te veel worden.
Vaak begint overprikkeling klein. Een slechte nacht. Een onverwacht bericht. Een drukke winkel. Een gesprek dat veel van je vraagt. Een taak die niet lukt. Los van elkaar lijkt het misschien mee te vallen, maar samen vullen ze dezelfde emmer. Tot er geen ruimte meer over is.
Als je systeem vol is, kun je boos worden, huilen, paniek voelen, dichtklappen, weg willen, kortaf reageren of helemaal niets meer kunnen. Dat is niet altijd hoe je wilt reageren. Het is vaak hoe je zenuwstelsel probeert te overleven wanneer verwerken niet meer lukt.
Soms merk je tijdens een druk moment nog weinig. Je gaat door op adrenaline, sociale verplichting of hyperfocus. Pas thuis of de dag erna komt de klap. Dan vraag je je misschien af waarom je ineens zo uitgeput bent, terwijl je systeem eigenlijk vertraagd reageert op alles wat het heeft gedragen.
Overprikkeling is geen aanstellerij. Het is een signaal dat je zenuwstelsel meer te verwerken kreeg dan het op dat moment aankon.
Probeer niet meteen je gedachten op te lossen. Zet eerst de wereld zachter. Oordoppen, noise-canceling, een zonnebril, een donkere kamer, comfortabele kleding, minder praten of even weg uit de ruimte kunnen sneller helpen dan een lang gesprek.
Als je overprikkeld bent, is uitleggen vaak te moeilijk. Maak vooraf een paar standaardzinnen. Bijvoorbeeld: "Ik ben overprikkeld en heb stilte nodig." Of: "Ik kan nu niet goed praten, maar ik kom erop terug." Dat voorkomt dat je jezelf moet verdedigen terwijl je al vol zit.
Een herstelplek hoeft niet perfect te zijn. Het kan je slaapkamer zijn, de badkamer, een hoek op de bank of een wandeling buiten. Het belangrijkste is dat je systeem weet: hier hoef ik minder te filteren, minder te reageren en minder te presteren.
Schrijf eens op welke prikkels je leegtrekken en welke juist helpen. Sommige mensen kalmeren door diepe druk, kou, warmte, kauwen, wandelen of ritmische muziek. Andere prikkels werken juist als extra belasting. Jouw patroon kennen is belangrijker dan algemene tips perfect volgen.
Overprikkeling bij AuDHD is vaak een combinatie van te veel input, te weinig herstel en te lang aanpassen. Je hoeft jezelf niet pas serieus te nemen wanneer je instort. Hoe eerder je signalen leert herkennen, hoe kleiner de crash vaak wordt.
Je mag minder prikkels nodig hebben. Je mag grenzen hebben. En je mag je omgeving zo aanpassen dat jouw zenuwstelsel niet elke dag hoeft te vechten.
Als je van iemand met AuDHD houdt, wil je vaak helpen. Je ziet dat iemand vastloopt, overprikkeld raakt, afspraken uitstelt, ineens stilvalt of juist ontploft. Dan is het logisch dat je iets wilt doen. Toch kan goedbedoelde hulp soms voelen als druk. En druk is precies wat een AuDHD-brein op een vol moment niet meer kan verwerken.
Helpen zonder te duwen betekent niet dat je alles maar moet laten gebeuren. Het betekent dat je steun geeft op een manier die het zenuwstelsel niet verder opjaagt. Niet harder trekken, maar naast iemand gaan staan. Niet overnemen, maar samen overzicht maken. Niet eisen dat iemand meteen verandert, maar veiligheid bieden waarin veranderen weer mogelijk wordt.
Bij AuDHD lopen ADHD en autisme vaak dwars door elkaar heen. De ADHD-kant kan moeite hebben met starten, plannen, aandacht vasthouden en impulsen remmen. De autistische kant kan juist vastlopen door onverwachte veranderingen, onduidelijkheid, prikkels of verlies van controle. Als iemand dan al overbelast is, kan een extra duwtje voelen als nog een taak, nog een verwachting en nog een bewijs dat het niet lukt.
Zinnen als "je moet gewoon beginnen", "denk er niet zo moeilijk over" of "kom op, even doorzetten" zijn meestal goed bedoeld. Maar voor iemand met AuDHD kunnen ze binnenkomen als kritiek. Niet omdat diegene niet geholpen wil worden, maar omdat het brein op dat moment vaak al in alarmstand staat.
Als iemand overprikkeld, boos, verdrietig of stil is, is dat meestal niet het beste moment voor een uitgebreid gesprek. Eerst moet het systeem zakken. Een rustige stem, minder woorden, minder vragen en een veilige omgeving kunnen dan meer helpen dan een perfecte oplossing.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: "Ik ben er. We hoeven dit nu niet meteen op te lossen." Dat haalt vaak al druk van de ketel.
De vraag "wat heb je nodig" kan te groot zijn als iemands hoofd vol zit. Maak de keuze kleiner. Bijvoorbeeld: "Wil je stilte, een glas water of dat ik even naast je zit" Zo hoeft iemand niet alles uit te leggen, maar krijgt diegene wel regie terug.
AuDHD kan zorgen voor chaos in het hoofd. Dan helpt het als iemand samen met je kijkt naar wat nu echt belangrijk is. Niet alles tegelijk. Niet de hele week. Alleen de eerstvolgende stap.
Een helpende zin kan zijn: "Zullen we alleen kijken naar wat vandaag moet" Of: "Wat is de kleinste eerste stap" Daarmee maak je de berg kleiner zonder de ander het gevoel te geven dat jij de baas wordt.
Onverwachte plannen, vage afspraken en last-minute veranderingen kunnen veel stress geven. Duidelijkheid helpt. Vertel wat je bedoelt, wanneer iets gebeurt en wat iemand kan verwachten. Ook bij kleine dingen.
Bijvoorbeeld: "Ik kom om 14:00 uur langs, blijf ongeveer een uur en we hoeven niets bijzonders te doen." Dat voelt vaak veiliger dan: "Ik kom straks wel even langs."
Terugtrekken, kortaf reageren, afspraken vergeten of taken uitstellen kan pijn doen voor de omgeving. Toch is het bij AuDHD vaak geen gebrek aan liefde, respect of motivatie. Het kan een signaal zijn van overbelasting, schaamte, vastlopen of niet weten hoe te starten.
Dat betekent niet dat alles zomaar goed is. Grenzen blijven belangrijk. Maar het helpt als je eerst probeert te begrijpen wat er onder het gedrag zit, voordat je conclusies trekt.
Steun voelt voor iemand met AuDHD vaak het veiligst wanneer er keuzevrijheid in zit. "Ik kan je helpen als je wilt" voelt anders dan "ik ga dit nu voor je oplossen".
Sommige reacties maken de druk onbedoeld groter. Vooral wanneer iemand al vastzit, kunnen vergelijkingen, verwijten of haast het systeem verder laten blokkeren.
Ook als je frustratie begrijpelijk is, komt dit vaak binnen als afwijzing. En bij veel AuDHD'ers kan afwijzing extra hard binnenkomen, waardoor het gesprek niet helderder maar juist onveiliger wordt.
Iemand helpen betekent niet dat je jezelf moet wegcijferen. Partners en familieleden mogen ook moe zijn, behoefte hebben aan duidelijkheid en hun eigen grenzen aangeven. Het verschil zit in de manier waarop.
In plaats van "jij doet ook nooit iets" kun je zeggen: "Ik merk dat ik overbelast raak als alles bij mij ligt. Ik wil samen kijken hoe we dit eerlijker kunnen verdelen." Dat is duidelijk, maar minder aanvallend.
Iemand met AuDHD helpen gaat vaak niet over harder trekken. Het gaat over veiligheid, rust, duidelijkheid en kleine stappen. De meeste AuDHD'ers willen echt wel vooruit. Ze willen vaak juist te veel, voelen te veel en raken daarna vast in een systeem dat overbelast is.
Als partner, familielid of vriend hoef je het niet perfect te doen. Het helpt al enorm als je bereid bent om te vertragen, minder in te vullen en vaker te vragen: "Hoe kan ik naast je staan, zonder je te duwen"
Bij mensen met AuDHD, de combinatie van autisme en ADHD, komen heftige stemmingswisselingen en emotionele dysregulatie vaak voor. Dat betekent niet dat je zwak bent, moeilijk doet of een karakterfout hebt. Het zegt vooral iets over hoe intens jouw zenuwstelsel prikkels, emoties en verwachtingen moet verwerken.
Het ADHD-deel van je brein kan snel reageren, intens voelen en direct op zoek gaan naar prikkel, dopamine of beweging. Je autistische kant zoekt juist rust, controle, voorspelbaarheid en duidelijke grenzen. Als die twee systemen tegelijk aan het stuur trekken, kan je binnenwereld heel snel omslaan. Van rustig naar boos. Van hoopvol naar totaal leeg. Van "het gaat best" naar "ik trek niets meer".
Stemmingswisselingen bij AuDHD ontstaan vaak niet uit het niets, ook al voelt het wel zo. Meestal is er al langer spanning opgebouwd. Alleen merk je die spanning soms pas wanneer je zenuwstelsel al over de rand is.
Je ADHD-kant wil afwisseling, snelheid, contact, impulsen en dopamine. Je autistische kant wil overzicht, rust, herhaling en veiligheid. Dat constante innerlijke conflict kost enorm veel energie. Zelfs op een gewone dag kan je daardoor sneller uitgeput raken dan je omgeving doorheeft.
Geluid, licht, drukte, verwachtingen, sociale spanning of veranderingen in planning kunnen zich opstapelen. Soms heb je het zelf niet eens door. Tot de emmer ineens overloopt en je reageert met woede, verdriet, paniek, shutdown of een meltdown. Dan lijkt de emotie plotseling, maar je systeem was al veel langer aan het dragen.
Veel AuDHD'ers merken lichamelijke signalen laat op. Je voelt misschien niet direct dat je honger hebt, moe bent, gespannen raakt of over je grens gaat. Daardoor komt een emotie soms als een golf binnen, terwijl er eigenlijk al uren of dagen signalen waren.
Kritiek, afstand, een korte app, een andere toon of het gevoel dat iemand teleurgesteld is, kan enorm hard binnenkomen. Dat wordt vaak rejection sensitivity genoemd. Voor een AuDHD-brein kan vermeende afwijzing voelen als acuut gevaar, waardoor je stemming in seconden kan omslaan.
Een stemmingswisseling is niet automatisch overdreven. Vaak is het een noodsignaal van een zenuwstelsel dat te lang te veel heeft moeten filteren, aanpassen en volhouden.
Het doel is niet om je emoties weg te drukken. Het doel is om eerder te herkennen wat je zenuwstelsel nodig heeft, zodat je minder hard hoeft te crashen.
Zorg voor een paar vaste hulpmiddelen die je direct kunt pakken wanneer je merkt dat je stemming kantelt. Denk aan noise-canceling, oordoppen, een verzwaringsdeken, zonnebril, kauwgom, iets zuurs, een zachte trui of een rustige playlist. Verander eerst je fysieke input voordat je probeert je gedachten op te lossen.
Vraag jezelf bij een plotselinge omslag eerst af: heb ik gegeten, gedronken, geslapen, rust gehad en ben ik niet al te lang sociaal aan geweest? Bij AuDHD kan een emotionele storm soms een vermomd signaal zijn van honger, dorst, slaaptekort of overbelasting.
De vraag "wat voel ik" kan veel te groot zijn. Maak het simpeler: is mijn energie hoog of laag? Voelt dit prettig of onprettig? Heb ik prikkel nodig of juist minder prikkel? Zo hoef je niet meteen je hele binnenwereld te begrijpen om toch een eerste stap te zetten.
Als je stemming heel hoog of heel laag zit, neem dan geen grote beslissingen als het niet direct hoeft. Niet impulsief opzeggen, blokkeren, kopen, verbreken of reageren vanuit de piek. Schrijf het op, parkeer het en kijk er later opnieuw naar wanneer je zenuwstelsel rustiger is.
Bij mensen met een menstruatiecyclus kunnen hormonen een enorme invloed hebben op dopamine, prikkelverwerking en emotionele draagkracht. De dagen rond menstruatie, ovulatie, anticonceptiewissels of de overgang kunnen AuDHD-klachten tijdelijk versterken. Dat is geen aanstellerij, maar biologie.
Als stemmingswisselingen je dagelijks leven, relaties, werk of veiligheid overschaduwen, is het verstandig om hulp te zoeken bij een psycholoog, psychiater of behandelaar met kennis van neurodivergentie. Soms kan ADHD-medicatie, emotieregulatietherapie of begeleiding bij prikkelmanagement helpen om de scherpe pieken en diepe dalen minder heftig te maken.
Je hoeft dit niet allemaal alleen te dragen. Soms begint herstel niet bij harder je best doen, maar bij beter begrijpen wat jouw systeem al die tijd heeft geprobeerd te zeggen.
Iedereen heeft wel eens een slechte dag, maar een AuDHD-meltdown (een combinatie van autisme en ADHD) is van een heel andere orde. Het voelt alsof er kortsluiting ontstaat in mijn hoofd. De storm van prikkels, gedachten en emoties raast zo hard dat ik letterlijk niet meer weet wat ik moet doen. Op die momenten lukt het me simpelweg niet om er zelfstandig uit te komen. En het lastigste daaraan? Juist dan kan ik niet om hulp vragen.
Zo'n meltdown komt meestal niet zomaar uit de lucht vallen. Achteraf gezien ging het al drie weken lang steeds slechter met me. De spanning bouwde zich op en de gedachten in mijn hoofd werden met de dag heftiger en intenser. Als je er zo diep in zit, raak je de grip kwijt. Je trekt je terug en raakt gevangen in je eigen hoofd. Juist omdat ik op zo'n moment zelf de woorden niet meer kan vinden om te zeggen hoe slecht het gaat, is de drempel om hulp te vragen onmogelijk hoog.
Omdat het me zelf niet lukt om aan de bel te trekken, heb ik op die momenten echt andere mensen nodig. Mensen die niet wachten tot ik om hulp vraag, maar die er gewoon voor me zijn. Afgelopen week merkte ik hoe levensbelangrijk die steun is. Een vriendin stuurde me een simpel appje met de vraag hoe het met me ging. Het was zo'n ontzettende opluchting dat er eindelijk iemand zomaar naar vroeg. Gelukkig kan en durf ik eerlijk te zijn over mijn gevoelens, dus ik heb verteld hoe de vlag erbij hing. Door dat laagdrempelige contact via WhatsApp konden we praten en werd de eerste, zware druk in mijn hoofd eindelijk wat minder.
Die maandag kwam ook mijn begeleiding langs. Zij wisten precies hoe ze door de storm heen moesten prikken door de juiste, gerichte vragen te stellen. Wanneer ik in die enorme onmacht en overprikkeling zit, kan ik behoorlijk gaan 'razen' over dingen. Ik schiet dan in de negativiteit en zeg dingen puur uit frustratie. Mijn begeleider hielp me enorm door me op zo'n moment weer even vriendelijk, maar heel duidelijk 'terug op mijn plek te zetten'. Niet om me af te wijzen, maar om me te spiegelen, de rust terug te brengen en de focus te verleggen naar wat er echt toe doet.
Het blijft een strijd. Ik vind het nog steeds heel lastig dat die negativiteit zo bezit van me kan nemen, want dat wil ik diep vanbinnen helemaal niet. Het blijft daarna vaak nog lang in mijn hoofd rondspoken, wat voor een flink schuldgevoel zorgt. Maar ik leer ook dat dit een onderdeel is van hoe mijn zenuwstelsel werkt als het al wekenlang overbelast is. Het is geen onwil, het is pure overleving. Ik ben ontzettend dankbaar voor de mensen om me heen die de signalen oppikken, die de juiste vragen blijven stellen en die me helpen om de weg naar de uitgang te vinden wanneer ik het zelf even helemaal kwijt ben.
Stop met proberen om overal maar bij te horen...
Want heb je jezelf wel eens afgevraagd hoe ADHD en autisme samen écht voelen? Niet die droge kenmerken die de instanties op papier hebben staan, maar hoe het is om elke dag te overleven met allebei tegelijk in je hoofd?
Als je hier bent, zoek je waarschijnlijk geen medische checklist. Je zoekt iets wat jouw keiharde realiteit uitlegt. En de realiteit van AuDHD is dat het er van buiten misschien niet altijd dramatisch uitziet, maar van binnen is het een constante, intense en doodvermoeiende strijd.
Laten we eens praten over hoe het écht voelt. Niet in theorie, maar in het echte leven. Het is namelijk geen simpele optelsom van wat trekjes, het is een complete innerlijke wereld die continu overstroomt.
Kijk naar hoe je hoofd werkt. Niet wat de buitenwereld denkt dat het is, maar hoe die kortsluiting van binnen voelt. Je gedachten staan nooit netjes in een rij. Ze komen loeisnel, tollen door elkaar heen, zijn soms geniaal, en vliegen vaak alweer weg voordat je er iets mee kunt doen.
Je begint vol gas aan iets, hebt de vaart erin, en ineens is het weg. Niet omdat je het simpelweg vergeet, maar omdat de draad in je hoofd wegglijdt voordat je hem ergens aan vast kon knopen.
Je snakt naar structuur, maar je houdt het niet vast. Je probeert een nieuw systeem uit en dat werkt een tijdje. En dan ineens, van de ene op de andere dag, blokkeer je en lukt het niet meer. En je kunt aan niemand uitleggen waarom.
De instanties praten over 'executieve dysfuncties' alsof het gewoon een lijstje met taakjes is die je niet hebt gedaan. Maar voor jou is het de totale blokkade tussen iets heel graag wíllen doen, en het fysiek kunnen uitvoeren. Je ziet wat er moet gebeuren. Je geeft er verdomme écht om. En toch weigert je lijf om te bewegen.
Je brein mist de verbinding die het weten omzet in actie. En het ergste is: je geeft jezelf er de schuld van. Omdat de rest van de wereld wel een knop lijkt te hebben om gewoon door te pakken, en jij die knop maar niet kunt vinden.
En het stopt niet bij je gedachten. Emotioneel zit je net zo hard in een spagaat. Het is niet dat je te gevoelig bent. Het is dat je emoties totaal niet matchen met het moment. Soms voel je je helemaal vlak als er iets groots gebeurt, en krijgt de klap je pas dagen later te pakken. Of je moet janken om iets heel kleins, puur omdat je emmer door de overprikkeling al tot de rand toe vol zit.
Je voelt je vaak al schuldig nog voordat je überhaupt iets verkeerds hebt gedaan. Alsof je continu op je hoede bent voor een verandering in iemands toon. Je probeert jezelf kleiner te maken en je aanwezigheid te verzachten, voor het geval dat. En áls je dan dingen heel intens voelt, ga je jezelf daar ook nog eens keihard om veroordelen.
Je twijfelt continu aan jezelf: reageer ik nu over, of voel ik juist te weinig Je bent de hele dag aan het decoderen of jouw emoties er wel mogen zijn.
En het vreselijke is: zelfs als er een keer niks aan de hand is, verzint je brein wel iets. Je blijft alles wat je hebt gezegd of gedaan continu herhalen, herkauwen en heroverwegen. Mensen roepen dan heel makkelijk: "Laat het toch los." Maar je brein doet dat niet 'gewoon'. Er is altijd weer een nieuwe laag die verwerkt moet worden, en de uit-knop is nergens te bekennen.
Zelfs je eigen lijf en je zintuigen werken niet mee. Je hebt de radio of ruis nodig om de storm in je hoofd een beetje stil te houden. De andere dag voelt het labeltje in je shirt alsof het je nek open haalt. Een geluid waar je gisteren nog tegen kon, zorgt er vandaag voor dat je je kaken op elkaar klemt. Als er iemand naast je zit te kauwen, wil je het liefst keihard schreeuwen. En op andere momenten merk je niet eens dat je honger hebt, dat je het koud hebt of dat je pijn hebt, totdat je compleet instort.
Dit gaat niet over voorkeuren of kieskeurig zijn. Dit gaat over onvoorspelbaarheid. En dat maakt het zo verdomd lastig uit te leggen aan anderen. Je bent niet moeilijk aan het doen. Je zenuwstelsel filtert de wereld simpelweg niet stabiel. Het geeft je de hele lading, of helemaal niks. En je weet nooit welke versie van jezelf er die dag op komt dagen.
Omdat de buitenwereld die strijd niet kan zien, denken ze dat je stroomlijnt of je aanstelt. En op een gegeven moment ga je zelf ook aan je eigen hoofd twijfelen. Maar het is geen kwetsbaarheid. Het is een constante overstroming waarin je moet doen alsof er niks aan de hand is, puur om te kunnen blijven bewegen.
Al die overprikkeling, die chaos en die onvoorspelbaarheid neem je ook mee in het contact met anderen. Je let op elk klein detail: de toon, de lichaamshouding, het ritme van het gesprek. Maar dat betekent niet dat je het ook begrijpt. Dus ga je spiegelen. Je past je stem aan. Je oefent je antwoorden van tevoren in je hoofd. En achteraf lig je in bed te malen of je wel echt jezelf was.
Soms klap je helemaal dicht en zeg je niks. De andere keer vertel je veel te veel. En in beide gevallen speel je de film daarna honderd keer af in je hoofd. Was dit wel normaal Heb ik het raar gemaakt Had ik meer of minder moeten zeggen
Omdat niks automatisch gaat, ben je de hele dag aan het calculeren. Je probeert klein genoeg te zijn om niemand te irriteren, maar niet zo onzichtbaar dat mensen je vergeten. Dat is geen sociale angst. Dat is pure sociale overleving na jarenlang onbegrepen te zijn. Je wilt je helemaal niet isoleren. Je bent gewoon doodmoe van het continu moeten vertalen van je gevoel voordat je überhaupt mag praten.
En die hele overstroming, die freeze en die chaos waren er al ver voordat je er de woorden voor had. Nog voordat je het woord AuDHD kende, wist je al dat je anders was. Je keek naar hoe makkelijk andere mensen door het leven bewogen, iets wat jij nooit kon faken. Het leek wel alsof zij een gebruiksaanwijzing hadden gekregen die jij bent misgelopen.
Je ging nog harder je best doen. Je ging nog meer lachen. Je zette je masker strak op. Maar onder al dat harde werken zat altijd die stille, pijnlijke vraag: waarom is dit voor mij zo ongelooflijk zwaar? Waarom veert de rest altijd weer op, blijven zij georganiseerd en maken ze makkelijk contact, terwijl ik er alles aan moet doen om niet uit elkaar te vallen
Het is niet omdat je lui bent. Het is niet omdat je kapot bent. Het is omdat jouw brein vanaf het allereerste begin anders is bedraad, en niemand je dat ooit heeft verteld. Maar nu weet je het wel. En dat weten, dat verandert alles.
Want leven met AuDHD betekent niet dat je faalt. Het betekent dat je al die jaren hebt overleefd met gereedschap dat nooit voor jouw brein is gemaakt. Je hebt je aangepast. Je bent door muren heen gegaan. Je hebt meer ballast gedragen dan mensen ooit zullen begrijpen.
Nu je je eigen bedrading snapt, hoef je jezelf niet meer de schuld te geven van dingen die nooit jouw fout zijn geweest. Je mag nu een leven gaan bouwen dat werkt voor jouw brein, in plaats van een leven dat je continu straft voor hoe je hoofd werkt.
Want AuDHD is niet alleen maar ellende en strijd. Het is ook een diep inzicht, creativiteit, intuïtie en een enorme diepgang. Het is het vermogen om te zien wat de rest mist, te voelen wat anderen wegwuiven, en door te blijven knokken ondanks dat je doodop bent. Dat is geen defect. Dat is de ultieme overleving. En vanaf nu mag dat veranderen in zelfacceptatie.
Als dit herkenbaar voor je voelt: je bent niet alleen, en je verzint het niet. Je stelt je niet aan. Je bent niet gek. Je bent gewoon al die tijd AuDHD geweest.
Dankjewel dat je er bent.
De afgelopen periode rondom de begeleide omgang met mijn kinderen was loodzwaar. Ik merk dat de combinatie van constante locatiewisselingen en de communicatie met mijn ex ervoor heeft gezorgd dat ik nu al anderhalve week tot niets in staat ben. Voor mijn AuDHD-brein is deze situatie mentaal en fysiek uitputtend.
Mijn autistische kant heeft behoefte aan een vaste, voorspelbare structuur. De realiteit van de afgelopen weken was helaas heel onvoorspelbaar:
Dit soort plotselinge veranderingen op de dag zelf kosten een enorme hoeveelheid schakeltijd en energie.
Op die bewuste dag heeft mijn zoon twee keer in zijn broek gepoept. Ondanks de stress en de nieuwe locatie heb ik dit goed opgelost. Maar de energie die dit heeft gekost, merk ik nu pas echt.
Ik loop er nu tegenaan dat ik al anderhalve week stillig en heel veel moet nadenken over de dingen die mijn ex regelmatig terugkoppelt over de kinderen wat betreft de omgang. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat de kinderen nat thuiskomen. Dit zorgt voor veel frustratie en gepieker in mijn hoofd, omdat ik er juist alles aan doe om dit te voorkomen.
Ik hanteer een vaste routine: 15 minuten nadat de kinderen zijn gebracht laat ik ze naar de wc gaan, en 15 minuten voordat ze weer worden opgehaald laat ik ze nóg een keer gaan.
Het feit dat er dan door de spanning of de situatie alsnog iets misgaat, ligt buiten mijn macht. Maar de constante terugkoppeling hierover, gecombineerd met de hectische dag door de rioolverstopping, heeft ervoor gezorgd dat mijn batterij nu al anderhalve week volledig leeg is.
Als kind werd ik snel agressief als ik me onbegrepen voelde. Nu ik ouder ben, begrijp ik pas waarom: ik kon simpelweg niet praten over wat er in mij omging. De onmacht was te groot. Toen ik een jaar of 4 à 5 was, werd ik voor het eerst getest. De diagnose die toen werd gesteld was ADHD. Het verklaarde de onrust, maar destijds nog niet het hele verhaal. Omdat mijn boosheid en onmacht niet werkten in een wereld die mij niet begreep, besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik paste me aan. Extreem aan. Ik leerde precies hoe ik me moest gedragen, wat ik moest zeggen en hoe ik moest reageren om in de maatschappij te passen.
Nu, 35 jaar later, kijk ik in de spiegel en kom ik tot een pijnlijk, maar helder besef: ik heb iemand gecreëerd die ik helemaal niet ben.
In de psychologie noemen ze dit gedrag ook wel 'maskeren'. Je bouwt een overlevingsmechanisme op om veilig te zijn en erbij te horen. Maar constant toneelspelen kost bakken met energie. Naarmate de jaren verstreken, merkte ik dat het volhouden van deze rol me steeds zwaarder viel.
Ik werd gaandeweg steeds vaker en sneller overprikkeld. Mijn hoofd zat vol en mijn batterij was sneller leeg dan ooit. Om te overleven begon ik me steeds meer terug te trekken uit de buitenwereld. Ik had simpelweg steeds vaker en langer rust nodig om te herstellen van de simpelste dagelijkse dingen. Het continu 'aanstaan' eiste zijn tol.
Ongeveer 30 jaar na mijn eerste test, besloot ik dat het tijd was voor een nieuw, persoonlijk onderzoek. En daar kwam de ontbrekende puzzel uit: autisme in combinatie met een actief brein. Online ook wel bekend als AuDHD.
Deze diagnose werpt eindelijk een helder licht op mijn hele leven. Het verklaarde waarom de wereld zo intens binnenkomt, waarom de ADHD-onrust botst met de behoefte aan structuur van autisme, en waarom het maskeren me zo heeft uitgeput. Ik móést die muren om me heen wel bouwen en me terugtrekken om mezelf te beschermen.
Vandaag de dag zit ik er nog middenin. Het masker valt niet zomaar af. Ik ben er nu achter dát ik het doe, en ik probeer inmiddels iets meer te praten hoewel dat nog steeds ontzettend moeilijk is en nog niet genoeg voelt.
Ik ben op dit moment heel erg aan het zoeken. Wat heb ik nodig om dat masker veilig te laten zakken? Hoe richt ik mijn leven in om weer écht gelukkig te worden, op mijn voorwaarden? Het is een ontdekkingsreis zonder kant-en-klare routekaart.
Ik heb mijn verzwaringsdeken nu zo'n twee tot tweeënhalf jaar. In het begin hoorde ik van de partner die ik toen had dat ik schijnbaar een stuk rustiger in bed lag. Zelf merkte ik het ook direct: ik werd 's ochtends simpelweg een stuk beter wakker.
Mijn deken weegt 10 kilo. Dat is best zwaar, maar ik heb destijds zelf op internet opgezocht hoe dit precies werkt. Een verzwaringsdeken wordt namelijk altijd gekozen op basis van je eigen lichaamsgewicht; de vuistregel is dat de deken ongeveer 10% van je eigen gewicht moet zijn. Ik gebruik hem echt puur en alleen 's nachts tijdens het slapen; overdag neem ik hem niet mee naar de bank. En tot nu toe heb ik de deken nog nooit in combinatie met andere hulpmiddelen gebruikt.
Een verzwaringsdeken werkt vaak het prettigst als deze ongeveer 10% van je eigen lichaamsgewicht is:
De deken doet absoluut wat, maar ik merk ook een duidelijke grens. Als ik écht heel erg overprikkeld ben zoals de afgelopen twee weken, waarin ik volledig in de overlevingsstand sta en vastloop, dan helpt de deken een heel stuk minder.
Het probleem is herkenbaar voor veel mensen met AuDHD: zodra ik in bed ga liggen en de buitenwereld stil wordt, gaat de handrem eraf en springt de motor in mijn hoofd juist keihard áán. Ik lig dan urenlang intens te overdenken en te piekeren in het donker. Wat de deken dan diep in de nacht precies doet, weet ik inmiddels niet meer, want ik heb nu geen partner meer die dat kan zien. Maar het resultaat is pijnlijk merkbaar: door al dat overdenken word ik 's ochtends alsnog doodmoe wakker.
Mijn conclusie na 2,5 jaar is dat een verzwaringsdeken een geweldige basis is voor je zenuwstelsel, maar dat het geen magisch wondermiddel is dat zware mentale overprikkeling zomaar uitzet. Als je hoofd overstroomt, vecht het brein hardnekkig door, hoe zwaar de deken op je lijf ook drukt. Het is een ontdekkingsreis waarin ik nog steeds aan het zoeken ben wat werkt op de dagen dat de kortsluiting echt te groot is.
AuDHD en sociale batterij: waarom contact fijn en uitputtend kan zijn
In één oogopslag
Sociaal contact kan bij AuDHD heel dubbel voelen. Je kunt mensen oprecht leuk vinden, behoefte hebben aan verbinding en genieten van een goed gesprek. Tegelijk kan hetzelfde contact je zenuwstelsel leegtrekken alsof je een hele werkdag achter de rug hebt. Dat is geen ondankbaarheid, afstandelijkheid of desinteresse. Het is vaak je sociale batterij die sneller leegloopt dan anderen aan de buitenkant zien.
Bij AuDHD werken ADHD en autisme op dit vlak soms tegen elkaar in. Je ADHD-kant kan zoeken naar spontaniteit, gezelligheid, humor, nieuwe gesprekken en dopamine. Je autistische kant heeft juist behoefte aan voorspelbaarheid, duidelijke verwachtingen, rust en tijd om prikkels te verwerken. Daardoor kan contact tegelijkertijd voedend en vermoeiend zijn.
Waarom sociale situaties zoveel energie kosten
Voor veel mensen is een gesprek gewoon een gesprek. Voor een AuDHD-brein gebeurt er vaak veel meer tegelijk. Je luistert naar woorden, toon, gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, timing, groepsdynamiek, verwachtingen en je eigen reactie. Ondertussen probeer je ook nog te voelen of je niet te veel praat, te weinig zegt, iemand onderbreekt of vreemd overkomt.
Je staat vaak sociaal "aan"
In contact met anderen ben je misschien continu bezig met aanpassen. Je let op je mimiek, je stem, je houding en je woorden. Je probeert normaal, rustig, geïnteresseerd en beschikbaar over te komen. Dat kost energie, vooral als je eigenlijk al overprikkeld, moe of gespannen bent.
Maskeren maakt contact zwaarder
Maskeren betekent dat je delen van jezelf inhoudt of aanpast om beter in de situatie te passen. Soms doe je dat bewust, maar vaak gebeurt het automatisch. Je lacht terwijl je hoofd vol zit, je blijft zitten terwijl je eigenlijk weg wilt, of je zegt "maakt niet uit" terwijl je systeem allang nee zegt.
Groepen zijn extra intens
Een-op-een contact kan al veel vragen, maar groepen zijn vaak nog zwaarder. Meerdere stemmen, wisselende onderwerpen, grapjes, onderbrekingen, achtergrondgeluid en onduidelijke sociale regels komen tegelijk binnen. Je brein moet dan heel hard werken om bij te blijven.
De nasleep komt later
Soms merk je tijdens het contact nog niet hoe moe je bent. Je gaat door op adrenaline, gezelligheid of verantwoordelijkheidsgevoel. Pas thuis komt de klap: hoofdpijn, leegte, huilen, irritatie, stilte nodig hebben of alles opnieuw analyseren. Dat betekent niet dat het contact slecht was. Het betekent dat het veel heeft gekost.
Belangrijk om te onthouden
Je mag iemand missen en toch geen energie hebben om af te spreken. Je mag van mensen houden en toch herstel nodig hebben na contact. Die twee dingen kunnen tegelijk waar zijn.
Hoe herken je dat je sociale batterij leeg raakt
Een lege sociale batterij voelt niet voor iedereen hetzelfde. Bij de een wordt het stil en vlak. Bij de ander juist kortaf, druk of emotioneel. Het helpt om je eigen signalen te leren kennen.
Wat kan helpen
Plan herstel net zo serieus als de afspraak
Zet na een sociale afspraak bewust rust in je dag. Niet als beloning, maar als onderdeel van de afspraak zelf. Een verjaardag van twee uur kan voor jouw systeem misschien vier uur kosten: twee uur contact en twee uur bijkomen.
Gebruik een zachte exit
Bedenk vooraf een zin waarmee je kunt afronden zonder jezelf uitgebreid te hoeven uitleggen. Bijvoorbeeld: "Ik merk dat mijn energie op is, dus ik ga zo naar huis." Of: "Het was fijn, ik ga nu even opladen." Kort is genoeg.
Kies vaker voor prikkelarm contact
Afspreken hoeft niet altijd in een druk café, op een verjaardag of in een volle groep. Wandelen, samen iets praktisch doen, thuis koffie drinken of naast elkaar zitten zonder veel druk kan veel vriendelijker zijn voor je zenuwstelsel.
Wees eerlijk in kleine woorden
Je hoeft niet je hele binnenwereld uit te leggen. Een simpele zin kan al helpen: "Ik wil graag contact, maar mijn energie is laag." Of: "Als ik stil ben, betekent dat niet dat ik het niet fijn vind." Zo geef je mensen houvast zonder jezelf leeg te praten.
Maak onderscheid tussen geen zin en geen energie
Bij AuDHD kan het lijken alsof je nergens zin in hebt, terwijl je eigenlijk wel behoefte hebt aan verbinding maar geen draagkracht hebt voor de vorm waarin het wordt aangeboden. Soms helpt een andere vorm: appen in plaats van bellen, kort wandelen in plaats van lang bezoek, of afspreken zonder vaste verwachtingen.
Voor de mensen om je heen
Als iemand met AuDHD zich terugtrekt, betekent dat niet automatisch dat diegene boos is, geen moeite wil doen of geen contact wil. Soms is het systeem gewoon vol. Het mooiste wat je kunt doen, is contact laagdrempelig houden: geen druk, geen verwijt, wel duidelijkheid en warmte.
Een bericht als "Je hoeft niet te reageren, ik denk aan je" kan veel veiliger voelen dan "Waarom laat je niks horen" Voor een overbelast brein kan dat verschil enorm zijn.
Tot slot
Je sociale batterij zegt niets over hoeveel je van mensen houdt. Het zegt iets over hoeveel je zenuwstelsel tegelijk kan dragen. Je hoeft jezelf niet te forceren tot een sociaal tempo dat je leegmaakt. Verbinding mag ook rustig, kort, eerlijk en prikkelarm zijn.
Juist wanneer je leert luisteren naar je sociale batterij, wordt contact vaak niet minder waardevol, maar veiliger. Dan hoef je minder te verdwijnen na contact, omdat je jezelf tijdens het contact niet helemaal kwijtraakt.
Lees ook
↑ Terug naar boven