? Terug naar het blogoverzicht
Hieronder vind je mijn volledige verhalen chronologisch onder elkaar, inclusief mijn ervaring met een verzwaringsdeken bij AuDHD en overprikkeling.
Klik op een titel om direct naar het volledige artikel te scrollen:
Vermoeidheid bij AuDHD is vaak niet hetzelfde als "gewoon moe zijn". Het kan voelen alsof je hele systeem leeg is. Alsof je lichaam nog wel aanwezig is, maar je hoofd geen schakels meer over heeft. Zelfs gewone dingen zoals douchen, boodschappen doen, een gesprek voeren of een planning aanpassen kunnen dan voelen alsof ze veel meer kosten dan ze zouden moeten kosten.
Dat betekent niet dat je lui bent of minder aankunt. Het betekent vaak dat jouw brein en zenuwstelsel de hele dag veel onzichtbaar werk doen. Je filtert prikkels, probeert overzicht te houden, maskeert misschien je reacties, schakelt tussen taken, verwerkt emoties en probeert ondertussen ook nog "normaal" mee te draaien.
Bij AuDHD trekken ADHD en autisme vaak aan twee kanten. Je ADHD-kant zoekt prikkel, afwisseling en dopamine. Je autistische kant zoekt voorspelbaarheid, rust en controle. Die combinatie kan veel energie kosten, zelfs wanneer er aan de buitenkant weinig gebeurt.
Veel AuDHD'ers hebben moeite met echt uitstaan. Je denkt vooruit, analyseert gesprekken terug, bedenkt scenario's, probeert taken te ordenen en voelt ondertussen alle prikkels in je omgeving. Zelfs rustmomenten kunnen daardoor niet echt als rust voelen.
Als je jezelf de hele dag inhoudt, aanpast of sociaal "goed" probeert te doen, kost dat veel kracht. Je glimlacht terwijl je overprikkeld bent, blijft zitten terwijl je weg wilt, of zegt dat het goed gaat terwijl je eigenlijk al leeg bent. Daarna komt de rekening vaak later.
Van slapen naar opstaan, van thuis naar buiten, van werk naar rust, van bezoek naar alleen zijn: overgangen lijken klein, maar voor een AuDHD-brein kunnen ze zwaar zijn. Elke overgang vraagt schakeltijd. Als die schakels de hele dag achter elkaar komen, raakt je systeem sneller op.
Bij gewone vermoeidheid helpt slapen vaak genoeg. Bij AuDHD-vermoeidheid is dat niet altijd zo. Als je zenuwstelsel te lang op spanning heeft gestaan, heeft het vaak meer nodig dan slaap: minder prikkels, minder verwachtingen, meer voorspelbaarheid en toestemming om tijdelijk minder te moeten.
Vermoeidheid is niet altijd een teken dat je te weinig je best doet. Soms is het juist het bewijs dat je veel te lang te hard hebt volgehouden.
Wacht niet tot je helemaal instort. Probeer te stoppen wanneer je merkt dat het nog net gaat. Dat voelt misschien overdreven, maar bij AuDHD is vroeg pauzeren vaak juist de manier om een grote crash te voorkomen.
Een afspraak van een uur is misschien niet één uur. Voor jouw systeem kan het ook reistijd, voorbereiding, sociaal schakelen en herstel achteraf zijn. Zet herstel daarom niet pas in je agenda als je al leeg bent, maar als vast onderdeel van je dag.
Vraag jezelf niet: "Hoe krijg ik alles gedaan?" Vraag liever: "Wat is vandaag echt nodig?" Soms is een goede dag niet de dag waarop je alles doet, maar de dag waarop je voorkomt dat je jezelf kwijtraakt.
Scrollen, filmpjes kijken of eindeloos informatie zoeken kan voelen als rust, maar geeft je brein vaak nieuwe input. Echte rust is vaker stiller: liggen, douchen, wandelen zonder podcast, onder een deken kruipen, ademruimte nemen of even niets hoeven uitleggen.
AuDHD-vermoeidheid vraagt niet om harder doorzetten, maar om eerlijker luisteren. Je lichaam en hoofd geven signalen. Niet om je dwars te zitten, maar om je te beschermen tegen een nog diepere crash.
Je mag je leven zo inrichten dat jouw energie serieus wordt genomen. Niet pas wanneer je kapot bent, maar juist daarvoor.
Overprikkeling bij AuDHD voelt vaak alsof de wereld te hard staat. Geluid komt scherper binnen, licht voelt feller, mensen praten door elkaar, je kleding zit ineens verkeerd en je hoofd kan niets meer netjes ordenen. Soms lijkt het alsof je ineens omslaat, maar meestal was je zenuwstelsel al veel langer aan het stapelen.
Bij AuDHD kan overprikkeling extra verwarrend zijn. Je ADHD-kant kan prikkels zoeken, nieuwe dingen willen en moeite hebben met remmen. Je autistische kant kan juist overspoeld raken door diezelfde prikkels en hunkeren naar stilte, voorspelbaarheid en controle. Daardoor kun je iets opzoeken wat je later compleet leegtrekt.
Overprikkeling betekent dat je brein en zenuwstelsel meer input krijgen dan ze op dat moment kunnen verwerken. Dat kan gaan om geluid, licht, geur, aanraking, sociale spanning, emoties, taken, veranderingen of verwachtingen. Het is dus niet alleen sensorisch. Ook mentale en sociale druk kunnen prikkels zijn.
Vaak begint overprikkeling klein. Een slechte nacht. Een onverwacht bericht. Een drukke winkel. Een gesprek dat veel van je vraagt. Een taak die niet lukt. Los van elkaar lijkt het misschien mee te vallen, maar samen vullen ze dezelfde emmer. Tot er geen ruimte meer over is.
Als je systeem vol is, kun je boos worden, huilen, paniek voelen, dichtklappen, weg willen, kortaf reageren of helemaal niets meer kunnen. Dat is niet altijd hoe je wilt reageren. Het is vaak hoe je zenuwstelsel probeert te overleven wanneer verwerken niet meer lukt.
Soms merk je tijdens een druk moment nog weinig. Je gaat door op adrenaline, sociale verplichting of hyperfocus. Pas thuis of de dag erna komt de klap. Dan vraag je je misschien af waarom je ineens zo uitgeput bent, terwijl je systeem eigenlijk vertraagd reageert op alles wat het heeft gedragen.
Overprikkeling is geen aanstellerij. Het is een signaal dat je zenuwstelsel meer te verwerken kreeg dan het op dat moment aankon.
Probeer niet meteen je gedachten op te lossen. Zet eerst de wereld zachter. Oordoppen, noise-canceling, een zonnebril, een donkere kamer, comfortabele kleding, minder praten of even weg uit de ruimte kunnen sneller helpen dan een lang gesprek.
Als je overprikkeld bent, is uitleggen vaak te moeilijk. Maak vooraf een paar standaardzinnen. Bijvoorbeeld: "Ik ben overprikkeld en heb stilte nodig." Of: "Ik kan nu niet goed praten, maar ik kom erop terug." Dat voorkomt dat je jezelf moet verdedigen terwijl je al vol zit.
Een herstelplek hoeft niet perfect te zijn. Het kan je slaapkamer zijn, de badkamer, een hoek op de bank of een wandeling buiten. Het belangrijkste is dat je systeem weet: hier hoef ik minder te filteren, minder te reageren en minder te presteren.
Schrijf eens op welke prikkels je leegtrekken en welke juist helpen. Sommige mensen kalmeren door diepe druk, kou, warmte, kauwen, wandelen of ritmische muziek. Andere prikkels werken juist als extra belasting. Jouw patroon kennen is belangrijker dan algemene tips perfect volgen.
Overprikkeling bij AuDHD is vaak een combinatie van te veel input, te weinig herstel en te lang aanpassen. Je hoeft jezelf niet pas serieus te nemen wanneer je instort. Hoe eerder je signalen leert herkennen, hoe kleiner de crash vaak wordt.
Je mag minder prikkels nodig hebben. Je mag grenzen hebben. En je mag je omgeving zo aanpassen dat jouw zenuwstelsel niet elke dag hoeft te vechten.
Als je van iemand met AuDHD houdt, wil je vaak helpen. Je ziet dat iemand vastloopt, overprikkeld raakt, afspraken uitstelt, ineens stilvalt of juist ontploft. Dan is het logisch dat je iets wilt doen. Toch kan goedbedoelde hulp soms voelen als druk. En druk is precies wat een AuDHD-brein op een vol moment niet meer kan verwerken.
Helpen zonder te duwen betekent niet dat je alles maar moet laten gebeuren. Het betekent dat je steun geeft op een manier die het zenuwstelsel niet verder opjaagt. Niet harder trekken, maar naast iemand gaan staan. Niet overnemen, maar samen overzicht maken. Niet eisen dat iemand meteen verandert, maar veiligheid bieden waarin veranderen weer mogelijk wordt.
Bij AuDHD lopen ADHD en autisme vaak dwars door elkaar heen. De ADHD-kant kan moeite hebben met starten, plannen, aandacht vasthouden en impulsen remmen. De autistische kant kan juist vastlopen door onverwachte veranderingen, onduidelijkheid, prikkels of verlies van controle. Als iemand dan al overbelast is, kan een extra duwtje voelen als nog een taak, nog een verwachting en nog een bewijs dat het niet lukt.
Zinnen als "je moet gewoon beginnen", "denk er niet zo moeilijk over" of "kom op, even doorzetten" zijn meestal goed bedoeld. Maar voor iemand met AuDHD kunnen ze binnenkomen als kritiek. Niet omdat diegene niet geholpen wil worden, maar omdat het brein op dat moment vaak al in alarmstand staat.
Als iemand overprikkeld, boos, verdrietig of stil is, is dat meestal niet het beste moment voor een uitgebreid gesprek. Eerst moet het systeem zakken. Een rustige stem, minder woorden, minder vragen en een veilige omgeving kunnen dan meer helpen dan een perfecte oplossing.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: "Ik ben er. We hoeven dit nu niet meteen op te lossen." Dat haalt vaak al druk van de ketel.
De vraag "wat heb je nodig" kan te groot zijn als iemands hoofd vol zit. Maak de keuze kleiner. Bijvoorbeeld: "Wil je stilte, een glas water of dat ik even naast je zit" Zo hoeft iemand niet alles uit te leggen, maar krijgt diegene wel regie terug.
AuDHD kan zorgen voor chaos in het hoofd. Dan helpt het als iemand samen met je kijkt naar wat nu echt belangrijk is. Niet alles tegelijk. Niet de hele week. Alleen de eerstvolgende stap.
Een helpende zin kan zijn: "Zullen we alleen kijken naar wat vandaag moet" Of: "Wat is de kleinste eerste stap" Daarmee maak je de berg kleiner zonder de ander het gevoel te geven dat jij de baas wordt.
Onverwachte plannen, vage afspraken en last-minute veranderingen kunnen veel stress geven. Duidelijkheid helpt. Vertel wat je bedoelt, wanneer iets gebeurt en wat iemand kan verwachten. Ook bij kleine dingen.
Bijvoorbeeld: "Ik kom om 14:00 uur langs, blijf ongeveer een uur en we hoeven niets bijzonders te doen." Dat voelt vaak veiliger dan: "Ik kom straks wel even langs."
Terugtrekken, kortaf reageren, afspraken vergeten of taken uitstellen kan pijn doen voor de omgeving. Toch is het bij AuDHD vaak geen gebrek aan liefde, respect of motivatie. Het kan een signaal zijn van overbelasting, schaamte, vastlopen of niet weten hoe te starten.
Dat betekent niet dat alles zomaar goed is. Grenzen blijven belangrijk. Maar het helpt als je eerst probeert te begrijpen wat er onder het gedrag zit, voordat je conclusies trekt.
Steun voelt voor iemand met AuDHD vaak het veiligst wanneer er keuzevrijheid in zit. "Ik kan je helpen als je wilt" voelt anders dan "ik ga dit nu voor je oplossen".
Sommige reacties maken de druk onbedoeld groter. Vooral wanneer iemand al vastzit, kunnen vergelijkingen, verwijten of haast het systeem verder laten blokkeren.
Ook als je frustratie begrijpelijk is, komt dit vaak binnen als afwijzing. En bij veel AuDHD'ers kan afwijzing extra hard binnenkomen, waardoor het gesprek niet helderder maar juist onveiliger wordt.
Iemand helpen betekent niet dat je jezelf moet wegcijferen. Partners en familieleden mogen ook moe zijn, behoefte hebben aan duidelijkheid en hun eigen grenzen aangeven. Het verschil zit in de manier waarop.
In plaats van "jij doet ook nooit iets" kun je zeggen: "Ik merk dat ik overbelast raak als alles bij mij ligt. Ik wil samen kijken hoe we dit eerlijker kunnen verdelen." Dat is duidelijk, maar minder aanvallend.
Iemand met AuDHD helpen gaat vaak niet over harder trekken. Het gaat over veiligheid, rust, duidelijkheid en kleine stappen. De meeste AuDHD'ers willen echt wel vooruit. Ze willen vaak juist te veel, voelen te veel en raken daarna vast in een systeem dat overbelast is.
Als partner, familielid of vriend hoef je het niet perfect te doen. Het helpt al enorm als je bereid bent om te vertragen, minder in te vullen en vaker te vragen: "Hoe kan ik naast je staan, zonder je te duwen"
Bij mensen met AuDHD, de combinatie van autisme en ADHD, komen heftige stemmingswisselingen en emotionele dysregulatie vaak voor. Dat betekent niet dat je zwak bent, moeilijk doet of een karakterfout hebt. Het zegt vooral iets over hoe intens jouw zenuwstelsel prikkels, emoties en verwachtingen moet verwerken.
Het ADHD-deel van je brein kan snel reageren, intens voelen en direct op zoek gaan naar prikkel, dopamine of beweging. Je autistische kant zoekt juist rust, controle, voorspelbaarheid en duidelijke grenzen. Als die twee systemen tegelijk aan het stuur trekken, kan je binnenwereld heel snel omslaan. Van rustig naar boos. Van hoopvol naar totaal leeg. Van "het gaat best" naar "ik trek niets meer".
Stemmingswisselingen bij AuDHD ontstaan vaak niet uit het niets, ook al voelt het wel zo. Meestal is er al langer spanning opgebouwd. Alleen merk je die spanning soms pas wanneer je zenuwstelsel al over de rand is.
Je ADHD-kant wil afwisseling, snelheid, contact, impulsen en dopamine. Je autistische kant wil overzicht, rust, herhaling en veiligheid. Dat constante innerlijke conflict kost enorm veel energie. Zelfs op een gewone dag kan je daardoor sneller uitgeput raken dan je omgeving doorheeft.
Geluid, licht, drukte, verwachtingen, sociale spanning of veranderingen in planning kunnen zich opstapelen. Soms heb je het zelf niet eens door. Tot de emmer ineens overloopt en je reageert met woede, verdriet, paniek, shutdown of een meltdown. Dan lijkt de emotie plotseling, maar je systeem was al veel langer aan het dragen.
Veel AuDHD'ers merken lichamelijke signalen laat op. Je voelt misschien niet direct dat je honger hebt, moe bent, gespannen raakt of over je grens gaat. Daardoor komt een emotie soms als een golf binnen, terwijl er eigenlijk al uren of dagen signalen waren.
Kritiek, afstand, een korte app, een andere toon of het gevoel dat iemand teleurgesteld is, kan enorm hard binnenkomen. Dat wordt vaak rejection sensitivity genoemd. Voor een AuDHD-brein kan vermeende afwijzing voelen als acuut gevaar, waardoor je stemming in seconden kan omslaan.
Een stemmingswisseling is niet automatisch overdreven. Vaak is het een noodsignaal van een zenuwstelsel dat te lang te veel heeft moeten filteren, aanpassen en volhouden.
Het doel is niet om je emoties weg te drukken. Het doel is om eerder te herkennen wat je zenuwstelsel nodig heeft, zodat je minder hard hoeft te crashen.
Zorg voor een paar vaste hulpmiddelen die je direct kunt pakken wanneer je merkt dat je stemming kantelt. Denk aan noise-canceling, oordoppen, een verzwaringsdeken, zonnebril, kauwgom, iets zuurs, een zachte trui of een rustige playlist. Verander eerst je fysieke input voordat je probeert je gedachten op te lossen.
Vraag jezelf bij een plotselinge omslag eerst af: heb ik gegeten, gedronken, geslapen, rust gehad en ben ik niet al te lang sociaal aan geweest Bij AuDHD kan een emotionele storm soms een vermomd signaal zijn van honger, dorst, slaaptekort of overbelasting.
De vraag "wat voel ik" kan veel te groot zijn. Maak het simpeler: is mijn energie hoog of laag Voelt dit prettig of onprettig Heb ik prikkel nodig of juist minder prikkel Zo hoef je niet meteen je hele binnenwereld te begrijpen om toch een eerste stap te zetten.
Als je stemming heel hoog of heel laag zit, neem dan geen grote beslissingen als het niet direct hoeft. Niet impulsief opzeggen, blokkeren, kopen, verbreken of reageren vanuit de piek. Schrijf het op, parkeer het en kijk er later opnieuw naar wanneer je zenuwstelsel rustiger is.
Bij mensen met een menstruatiecyclus kunnen hormonen een enorme invloed hebben op dopamine, prikkelverwerking en emotionele draagkracht. De dagen rond menstruatie, ovulatie, anticonceptiewissels of de overgang kunnen AuDHD-klachten tijdelijk versterken. Dat is geen aanstellerij, maar biologie.
Als stemmingswisselingen je dagelijks leven, relaties, werk of veiligheid overschaduwen, is het verstandig om hulp te zoeken bij een psycholoog, psychiater of behandelaar met kennis van neurodivergentie. Soms kan ADHD-medicatie, emotieregulatietherapie of begeleiding bij prikkelmanagement helpen om de scherpe pieken en diepe dalen minder heftig te maken.
Je hoeft dit niet allemaal alleen te dragen. Soms begint herstel niet bij harder je best doen, maar bij beter begrijpen wat jouw systeem al die tijd heeft geprobeerd te zeggen.
Iedereen heeft wel eens een slechte dag, maar een AuDHD-meltdown (een combinatie van autisme en ADHD) is van een heel andere orde. Het voelt alsof er kortsluiting ontstaat in mijn hoofd. De storm van prikkels, gedachten en emoties raast zo hard dat ik letterlijk niet meer weet wat ik moet doen. Op die momenten lukt het me simpelweg niet om er zelfstandig uit te komen. En het lastigste daaraan? Juist dan kan ik niet om hulp vragen.
Zo'n meltdown komt meestal niet zomaar uit de lucht vallen. Achteraf gezien ging het al drie weken lang steeds slechter met me. De spanning bouwde zich op en de gedachten in mijn hoofd werden met de dag heftiger en intenser. Als je er zo diep in zit, raak je de grip kwijt. Je trekt je terug en raakt gevangen in je eigen hoofd. Juist omdat ik op zo'n moment zelf de woorden niet meer kan vinden om te zeggen hoe slecht het gaat, is de drempel om hulp te vragen onmogelijk hoog.
Omdat het me zelf niet lukt om aan de bel te trekken, heb ik op die momenten echt andere mensen nodig. Mensen die niet wachten tot ik om hulp vraag, maar die er gewoon voor me zijn. Afgelopen week merkte ik hoe levensbelangrijk die steun is. Een vriendin stuurde me een simpel appje met de vraag hoe het met me ging. Het was zo'n ontzettende opluchting dat er eindelijk iemand zomaar naar vroeg. Gelukkig kan en durf ik eerlijk te zijn over mijn gevoelens, dus ik heb verteld hoe de vlag erbij hing. Door dat laagdrempelige contact via WhatsApp konden we praten en werd de eerste, zware druk in mijn hoofd eindelijk wat minder.
Die maandag kwam ook mijn begeleiding langs. Zij wisten precies hoe ze door de storm heen moesten prikken door de juiste, gerichte vragen te stellen. Wanneer ik in die enorme onmacht en overprikkeling zit, kan ik behoorlijk gaan 'razen' over dingen. Ik schiet dan in de negativiteit en zeg dingen puur uit frustratie. Mijn begeleider hielp me enorm door me op zo'n moment weer even vriendelijk, maar heel duidelijk 'terug op mijn plek te zetten'. Niet om me af te wijzen, maar om me te spiegelen, de rust terug te brengen en de focus te verleggen naar wat er echt toe doet.
Het blijft een strijd. Ik vind het nog steeds heel lastig dat die negativiteit zo bezit van me kan nemen, want dat wil ik diep vanbinnen helemaal niet. Het blijft daarna vaak nog lang in mijn hoofd rondspoken, wat voor een flink schuldgevoel zorgt. Maar ik leer ook dat dit een onderdeel is van hoe mijn zenuwstelsel werkt als het al wekenlang overbelast is. Het is geen onwil, het is pure overleving. Ik ben ontzettend dankbaar voor de mensen om me heen die de signalen oppikken, die de juiste vragen blijven stellen en die me helpen om de weg naar de uitgang te vinden wanneer ik het zelf even helemaal kwijt ben.
Stop met proberen om overal maar bij te horen...
Want heb je jezelf wel eens afgevraagd hoe ADHD en autisme samen écht voelen? Niet die droge kenmerken die de instanties op papier hebben staan, maar hoe het is om elke dag te overleven met allebei tegelijk in je hoofd?
Als je hier bent, zoek je waarschijnlijk geen medische checklist. Je zoekt iets wat jouw keiharde realiteit uitlegt. En de realiteit van AuDHD is dat het er van buiten misschien niet altijd dramatisch uitziet, maar van binnen is het een constante, intense en doodvermoeiende strijd.
Laten we eens praten over hoe het écht voelt. Niet in theorie, maar in het echte leven. Het is namelijk geen simpele optelsom van wat trekjes, het is een complete innerlijke wereld die continu overstroomt.
Kijk naar hoe je hoofd werkt. Niet wat de buitenwereld denkt dat het is, maar hoe die kortsluiting van binnen voelt. Je gedachten staan nooit netjes in een rij. Ze komen loeisnel, tollen door elkaar heen, zijn soms geniaal, en vliegen vaak alweer weg voordat je er iets mee kunt doen.
Je begint vol gas aan iets, hebt de vaart erin, en ineens is het weg. Niet omdat je het simpelweg vergeet, maar omdat de draad in je hoofd wegglijdt voordat je hem ergens aan vast kon knopen.
Je snakt naar structuur, maar je houdt het niet vast. Je probeert een nieuw systeem uit en dat werkt een tijdje. En dan ineens, van de ene op de andere dag, blokkeer je en lukt het niet meer. En je kunt aan niemand uitleggen waarom.
De instanties praten over 'executieve dysfuncties' alsof het gewoon een lijstje met taakjes is die je niet hebt gedaan. Maar voor jou is het de totale blokkade tussen iets heel graag wíllen doen, en het fysiek kunnen uitvoeren. Je ziet wat er moet gebeuren. Je geeft er verdomme écht om. En toch weigert je lijf om te bewegen.
Je brein mist de verbinding die het weten omzet in actie. En het ergste is: je geeft jezelf er de schuld van. Omdat de rest van de wereld wel een knop lijkt te hebben om gewoon door te pakken, en jij die knop maar niet kunt vinden.
En het stopt niet bij je gedachten. Emotioneel zit je net zo hard in een spagaat. Het is niet dat je te gevoelig bent. Het is dat je emoties totaal niet matchen met het moment. Soms voel je je helemaal vlak als er iets groots gebeurt, en krijgt de klap je pas dagen later te pakken. Of je moet janken om iets heel kleins, puur omdat je emmer door de overprikkeling al tot de rand toe vol zit.
Je voelt je vaak al schuldig nog voordat je überhaupt iets verkeerds hebt gedaan. Alsof je continu op je hoede bent voor een verandering in iemands toon. Je probeert jezelf kleiner te maken en je aanwezigheid te verzachten, voor het geval dat. En áls je dan dingen heel intens voelt, ga je jezelf daar ook nog eens keihard om veroordelen.
Je twijfelt continu aan jezelf: reageer ik nu over, of voel ik juist te weinig Je bent de hele dag aan het decoderen of jouw emoties er wel mogen zijn.
En het vreselijke is: zelfs als er een keer niks aan de hand is, verzint je brein wel iets. Je blijft alles wat je hebt gezegd of gedaan continu herhalen, herkauwen en heroverwegen. Mensen roepen dan heel makkelijk: "Laat het toch los." Maar je brein doet dat niet 'gewoon'. Er is altijd weer een nieuwe laag die verwerkt moet worden, en de uit-knop is nergens te bekennen.
Zelfs je eigen lijf en je zintuigen werken niet mee. Je hebt de radio of ruis nodig om de storm in je hoofd een beetje stil te houden. De andere dag voelt het labeltje in je shirt alsof het je nek open haalt. Een geluid waar je gisteren nog tegen kon, zorgt er vandaag voor dat je je kaken op elkaar klemt. Als er iemand naast je zit te kauwen, wil je het liefst keihard schreeuwen. En op andere momenten merk je niet eens dat je honger hebt, dat je het koud hebt of dat je pijn hebt, totdat je compleet instort.
Dit gaat niet over voorkeuren of kieskeurig zijn. Dit gaat over onvoorspelbaarheid. En dat maakt het zo verdomd lastig uit te leggen aan anderen. Je bent niet moeilijk aan het doen. Je zenuwstelsel filtert de wereld simpelweg niet stabiel. Het geeft je de hele lading, of helemaal niks. En je weet nooit welke versie van jezelf er die dag op komt dagen.
Omdat de buitenwereld die strijd niet kan zien, denken ze dat je stroomlijnt of je aanstelt. En op een gegeven moment ga je zelf ook aan je eigen hoofd twijfelen. Maar het is geen kwetsbaarheid. Het is een constante overstroming waarin je moet doen alsof er niks aan de hand is, puur om te kunnen blijven bewegen.
Al die overprikkeling, die chaos en die onvoorspelbaarheid neem je ook mee in het contact met anderen. Je let op elk klein detail: de toon, de lichaamshouding, het ritme van het gesprek. Maar dat betekent niet dat je het ook begrijpt. Dus ga je spiegelen. Je past je stem aan. Je oefent je antwoorden van tevoren in je hoofd. En achteraf lig je in bed te malen of je wel echt jezelf was.
Soms klap je helemaal dicht en zeg je niks. De andere keer vertel je veel te veel. En in beide gevallen speel je de film daarna honderd keer af in je hoofd. Was dit wel normaal Heb ik het raar gemaakt Had ik meer of minder moeten zeggen
Omdat niks automatisch gaat, ben je de hele dag aan het calculeren. Je probeert klein genoeg te zijn om niemand te irriteren, maar niet zo onzichtbaar dat mensen je vergeten. Dat is geen sociale angst. Dat is pure sociale overleving na jarenlang onbegrepen te zijn. Je wilt je helemaal niet isoleren. Je bent gewoon doodmoe van het continu moeten vertalen van je gevoel voordat je überhaupt mag praten.
En die hele overstroming, die freeze en die chaos waren er al ver voordat je er de woorden voor had. Nog voordat je het woord AuDHD kende, wist je al dat je anders was. Je keek naar hoe makkelijk andere mensen door het leven bewogen, iets wat jij nooit kon faken. Het leek wel alsof zij een gebruiksaanwijzing hadden gekregen die jij bent misgelopen.
Je ging nog harder je best doen. Je ging nog meer lachen. Je zette je masker strak op. Maar onder al dat harde werken zat altijd die stille, pijnlijke vraag: waarom is dit voor mij zo ongelooflijk zwaar Waarom veert de rest altijd weer op, blijven zij georganiseerd en maken ze makkelijk contact, terwijl ik er alles aan moet doen om niet uit elkaar te vallen
Het is niet omdat je lui bent. Het is niet omdat je kapot bent. Het is omdat jouw brein vanaf het allereerste begin anders is bedraad, en niemand je dat ooit heeft verteld. Maar nu weet je het wel. En dat weten, dat verandert alles.
Want leven met AuDHD betekent niet dat je faalt. Het betekent dat je al die jaren hebt overleefd met gereedschap dat nooit voor jouw brein is gemaakt. Je hebt je aangepast. Je bent door muren heen gegaan. Je hebt meer ballast gedragen dan mensen ooit zullen begrijpen.
Nu je je eigen bedrading snapt, hoef je jezelf niet meer de schuld te geven van dingen die nooit jouw fout zijn geweest. Je mag nu een leven gaan bouwen dat werkt voor jouw brein, in plaats van een leven dat je continu straft voor hoe je hoofd werkt.
Want AuDHD is niet alleen maar ellende en strijd. Het is ook een diep inzicht, creativiteit, intuïtie en een enorme diepgang. Het is het vermogen om te zien wat de rest mist, te voelen wat anderen wegwuiven, en door te blijven knokken ondanks dat je doodop bent. Dat is geen defect. Dat is de ultieme overleving. En vanaf nu mag dat veranderen in zelfacceptatie.
Als dit herkenbaar voor je voelt: je bent niet alleen, en je verzint het niet. Je stelt je niet aan. Je bent niet gek. Je bent gewoon al die tijd AuDHD geweest.
Dankjewel dat je er bent.
De afgelopen periode rondom de begeleide omgang met mijn kinderen was loodzwaar. Ik merk dat de combinatie van constante locatiewisselingen en de communicatie met mijn ex ervoor heeft gezorgd dat ik nu al anderhalve week tot niets in staat ben. Voor mijn AuDHD-brein is deze situatie mentaal en fysiek uitputtend.
Mijn autistische kant heeft behoefte aan een vaste, voorspelbare structuur. De realiteit van de afgelopen weken was helaas heel onvoorspelbaar:
Dit soort plotselinge veranderingen op de dag zelf kosten een enorme hoeveelheid schakeltijd en energie.
Op die bewuste dag heeft mijn zoon twee keer in zijn broek gepoept. Ondanks de stress en de nieuwe locatie heb ik dit goed opgelost. Maar de energie die dit heeft gekost, merk ik nu pas echt.
Ik loop er nu tegenaan dat ik al anderhalve week stillig en heel veel moet nadenken over de dingen die mijn ex regelmatig terugkoppelt over de kinderen wat betreft de omgang. Er wordt bijvoorbeeld gezegd dat de kinderen nat thuiskomen. Dit zorgt voor veel frustratie en gepieker in mijn hoofd, omdat ik er juist alles aan doe om dit te voorkomen.
Ik hanteer een vaste routine: 15 minuten nadat de kinderen zijn gebracht laat ik ze naar de wc gaan, en 15 minuten voordat ze weer worden opgehaald laat ik ze nóg een keer gaan.
Het feit dat er dan door de spanning of de situatie alsnog iets misgaat, ligt buiten mijn macht. Maar de constante terugkoppeling hierover, gecombineerd met de hectische dag door de rioolverstopping, heeft ervoor gezorgd dat mijn batterij nu al anderhalve week volledig leeg is.
Als kind werd ik snel agressief als ik me onbegrepen voelde. Nu ik ouder ben, begrijp ik pas waarom: ik kon simpelweg niet praten over wat er in mij omging. De onmacht was te groot. Toen ik een jaar of 4 à 5 was, werd ik voor het eerst getest. De diagnose die toen werd gesteld was ADHD. Het verklaarde de onrust, maar destijds nog niet het hele verhaal. Omdat mijn boosheid en onmacht niet werkten in een wereld die mij niet begreep, besloot ik het over een andere boeg te gooien. Ik paste me aan. Extreem aan. Ik leerde precies hoe ik me moest gedragen, wat ik moest zeggen en hoe ik moest reageren om in de maatschappij te passen.
Nu, 35 jaar later, kijk ik in de spiegel en kom ik tot een pijnlijk, maar helder besef: ik heb iemand gecreëerd die ik helemaal niet ben.
In de psychologie noemen ze dit gedrag ook wel 'maskeren'. Je bouwt een overlevingsmechanisme op om veilig te zijn en erbij te horen. Maar constant toneelspelen kost bakken met energie. Naarmate de jaren verstreken, merkte ik dat het volhouden van deze rol me steeds zwaarder viel.
Ik werd gaandeweg steeds vaker en sneller overprikkeld. Mijn hoofd zat vol en mijn batterij was sneller leeg dan ooit. Om te overleven begon ik me steeds meer terug te trekken uit de buitenwereld. Ik had simpelweg steeds vaker en langer rust nodig om te herstellen van de simpelste dagelijkse dingen. Het continu 'aanstaan' eiste zijn tol.
Ongeveer 30 jaar na mijn eerste test, besloot ik dat het tijd was voor een nieuw, persoonlijk onderzoek. En daar kwam de ontbrekende puzzel uit: autisme in combinatie met een actief brein. Online ook wel bekend als AuDHD.
Deze diagnose werpt eindelijk een helder licht op mijn hele leven. Het verklaarde waarom de wereld zo intens binnenkomt, waarom de ADHD-onrust botst met de behoefte aan structuur van autisme, en waarom het maskeren me zo heeft uitgeput. Ik móést die muren om me heen wel bouwen en me terugtrekken om mezelf te beschermen.
Vandaag de dag zit ik er nog middenin. Het masker valt niet zomaar af. Ik ben er nu achter dát ik het doe, en ik probeer inmiddels iets meer te praten hoewel dat nog steeds ontzettend moeilijk is en nog niet genoeg voelt.
Ik ben op dit moment heel erg aan het zoeken. Wat heb ik nodig om dat masker veilig te laten zakken? Hoe richt ik mijn leven in om weer écht gelukkig te worden, op mijn voorwaarden? Het is een ontdekkingsreis zonder kant-en-klare routekaart.
Ik heb mijn verzwaringsdeken nu zo'n twee tot tweeënhalf jaar. In het begin hoorde ik van de partner die ik toen had dat ik schijnbaar een stuk rustiger in bed lag. Zelf merkte ik het ook direct: ik werd 's ochtends simpelweg een stuk beter wakker.
Mijn deken weegt 10 kilo. Dat is best zwaar, maar ik heb destijds zelf op internet opgezocht hoe dit precies werkt. Een verzwaringsdeken wordt namelijk altijd gekozen op basis van je eigen lichaamsgewicht; de vuistregel is dat de deken ongeveer 10% van je eigen gewicht moet zijn. Ik gebruik hem echt puur en alleen 's nachts tijdens het slapen; overdag neem ik hem niet mee naar de bank. En tot nu toe heb ik de deken nog nooit in combinatie met andere hulpmiddelen gebruikt.
Een verzwaringsdeken werkt vaak het prettigst als deze ongeveer 10% van je eigen lichaamsgewicht is:
De deken doet absoluut wat, maar ik merk ook een duidelijke grens. Als ik écht heel erg overprikkeld ben zoals de afgelopen twee weken, waarin ik volledig in de overlevingsstand sta en vastloop, dan helpt de deken een heel stuk minder.
Het probleem is herkenbaar voor veel mensen met AuDHD: zodra ik in bed ga liggen en de buitenwereld stil wordt, gaat de handrem eraf en springt de motor in mijn hoofd juist keihard áán. Ik lig dan urenlang intens te overdenken en te piekeren in het donker. Wat de deken dan diep in de nacht precies doet, weet ik inmiddels niet meer, want ik heb nu geen partner meer die dat kan zien. Maar het resultaat is pijnlijk merkbaar: door al dat overdenken word ik 's ochtends alsnog doodmoe wakker.
Mijn conclusie na 2,5 jaar is dat een verzwaringsdeken een geweldige basis is voor je zenuwstelsel, maar dat het geen magisch wondermiddel is dat zware mentale overprikkeling zomaar uitzet. Als je hoofd overstroomt, vecht het brein hardnekkig door, hoe zwaar de deken op je lijf ook drukt. Het is een ontdekkingsreis waarin ik nog steeds aan het zoeken ben wat werkt op de dagen dat de kortsluiting echt te groot is.
AuDHD en sociale batterij: waarom contact fijn en uitputtend kan zijn
Sociaal contact kan bij AuDHD heel dubbel voelen. Je kunt mensen oprecht leuk vinden, behoefte hebben aan verbinding en genieten van een goed gesprek. Tegelijk kan hetzelfde contact je zenuwstelsel leegtrekken alsof je een hele werkdag achter de rug hebt. Dat is geen ondankbaarheid, afstandelijkheid of desinteresse. Het is vaak je sociale batterij die sneller leegloopt dan anderen aan de buitenkant zien.
Bij AuDHD werken ADHD en autisme op dit vlak soms tegen elkaar in. Je ADHD-kant kan zoeken naar spontaniteit, gezelligheid, humor, nieuwe gesprekken en dopamine. Je autistische kant heeft juist behoefte aan voorspelbaarheid, duidelijke verwachtingen, rust en tijd om prikkels te verwerken. Daardoor kan contact tegelijkertijd voedend en vermoeiend zijn.
Waarom sociale situaties zoveel energie kosten
Voor veel mensen is een gesprek gewoon een gesprek. Voor een AuDHD-brein gebeurt er vaak veel meer tegelijk. Je luistert naar woorden, toon, gezichtsuitdrukking, lichaamstaal, timing, groepsdynamiek, verwachtingen en je eigen reactie. Ondertussen probeer je ook nog te voelen of je niet te veel praat, te weinig zegt, iemand onderbreekt of vreemd overkomt.
Je staat vaak sociaal "aan"
In contact met anderen ben je misschien continu bezig met aanpassen. Je let op je mimiek, je stem, je houding en je woorden. Je probeert normaal, rustig, geïnteresseerd en beschikbaar over te komen. Dat kost energie, vooral als je eigenlijk al overprikkeld, moe of gespannen bent.
Maskeren maakt contact zwaarder
Maskeren betekent dat je delen van jezelf inhoudt of aanpast om beter in de situatie te passen. Soms doe je dat bewust, maar vaak gebeurt het automatisch. Je lacht terwijl je hoofd vol zit, je blijft zitten terwijl je eigenlijk weg wilt, of je zegt "maakt niet uit" terwijl je systeem allang nee zegt.
Groepen zijn extra intens
Een-op-een contact kan al veel vragen, maar groepen zijn vaak nog zwaarder. Meerdere stemmen, wisselende onderwerpen, grapjes, onderbrekingen, achtergrondgeluid en onduidelijke sociale regels komen tegelijk binnen. Je brein moet dan heel hard werken om bij te blijven.
De nasleep komt later
Soms merk je tijdens het contact nog niet hoe moe je bent. Je gaat door op adrenaline, gezelligheid of verantwoordelijkheidsgevoel. Pas thuis komt de klap: hoofdpijn, leegte, huilen, irritatie, stilte nodig hebben of alles opnieuw analyseren. Dat betekent niet dat het contact slecht was. Het betekent dat het veel heeft gekost.
Belangrijk om te onthouden
Je mag iemand missen en toch geen energie hebben om af te spreken. Je mag van mensen houden en toch herstel nodig hebben na contact. Die twee dingen kunnen tegelijk waar zijn.
Hoe herken je dat je sociale batterij leeg raakt
Een lege sociale batterij voelt niet voor iedereen hetzelfde. Bij de een wordt het stil en vlak. Bij de ander juist kortaf, druk of emotioneel. Het helpt om je eigen signalen te leren kennen.
Wat kan helpen
Plan herstel net zo serieus als de afspraak
Zet na een sociale afspraak bewust rust in je dag. Niet als beloning, maar als onderdeel van de afspraak zelf. Een verjaardag van twee uur kan voor jouw systeem misschien vier uur kosten: twee uur contact en twee uur bijkomen.
Gebruik een zachte exit
Bedenk vooraf een zin waarmee je kunt afronden zonder jezelf uitgebreid te hoeven uitleggen. Bijvoorbeeld: "Ik merk dat mijn energie op is, dus ik ga zo naar huis." Of: "Het was fijn, ik ga nu even opladen." Kort is genoeg.
Kies vaker voor prikkelarm contact
Afspreken hoeft niet altijd in een druk café, op een verjaardag of in een volle groep. Wandelen, samen iets praktisch doen, thuis koffie drinken of naast elkaar zitten zonder veel druk kan veel vriendelijker zijn voor je zenuwstelsel.
Wees eerlijk in kleine woorden
Je hoeft niet je hele binnenwereld uit te leggen. Een simpele zin kan al helpen: "Ik wil graag contact, maar mijn energie is laag." Of: "Als ik stil ben, betekent dat niet dat ik het niet fijn vind." Zo geef je mensen houvast zonder jezelf leeg te praten.
Maak onderscheid tussen geen zin en geen energie
Bij AuDHD kan het lijken alsof je nergens zin in hebt, terwijl je eigenlijk wel behoefte hebt aan verbinding maar geen draagkracht hebt voor de vorm waarin het wordt aangeboden. Soms helpt een andere vorm: appen in plaats van bellen, kort wandelen in plaats van lang bezoek, of afspreken zonder vaste verwachtingen.
Voor de mensen om je heen
Als iemand met AuDHD zich terugtrekt, betekent dat niet automatisch dat diegene boos is, geen moeite wil doen of geen contact wil. Soms is het systeem gewoon vol. Het mooiste wat je kunt doen, is contact laagdrempelig houden: geen druk, geen verwijt, wel duidelijkheid en warmte.
Een bericht als "Je hoeft niet te reageren, ik denk aan je" kan veel veiliger voelen dan "Waarom laat je niks horen" Voor een overbelast brein kan dat verschil enorm zijn.
Tot slot
Je sociale batterij zegt niets over hoeveel je van mensen houdt. Het zegt iets over hoeveel je zenuwstelsel tegelijk kan dragen. Je hoeft jezelf niet te forceren tot een sociaal tempo dat je leegmaakt. Verbinding mag ook rustig, kort, eerlijk en prikkelarm zijn.
Juist wanneer je leert luisteren naar je sociale batterij, wordt contact vaak niet minder waardevol, maar veiliger. Dan hoef je minder te verdwijnen na contact, omdat je jezelf tijdens het contact niet helemaal kwijtraakt.
? Terug naar boven