AuDHD-begrippenlijst

Rond ADHD en autisme worden veel woorden gebruikt. Sommige zijn officiële termen, andere zijn woorden waarin mensen hun ervaring herkennen. Hier leg ik ze kort en zonder ingewikkeld taalgebruik uit.

Alexithymie

Moeite met het herkennen, uit elkaar houden of onder woorden brengen van emoties. Je kunt wel voelen dat er iets gebeurt, maar nog niet weten of het bijvoorbeeld angst, boosheid of verdriet is.

Lees de uitgebreide uitleg →

AuDHD

Een informele term voor de combinatie van autisme en ADHD. AuDHD is geen aparte officiële diagnose. Bij onderzoek worden autisme en ADHD afzonderlijk beoordeeld, terwijl ook wordt gekeken hoe ze elkaar beïnvloeden.

Autistische burn-out

Een term voor diepe en langdurige uitputting waarbij vaardigheden, belastbaarheid en prikkelverwerking tijdelijk sterk kunnen verslechteren. Het is geen aparte officiële diagnose en lichamelijke of psychische oorzaken moeten niet worden overgeslagen.

Lees over AuDHD-burn-out →

Executieve functies

De vaardigheden die helpen om te beginnen, plannen, kiezen, schakelen, informatie vast te houden en impulsen te remmen. Weten wat je moet doen betekent daardoor niet automatisch dat starten ook lukt.

Hyperfocus

Een toestand waarin je aandacht heel sterk op één interessant of dringend onderwerp gericht raakt. Dat kan prettig en productief zijn, maar stoppen, eten, slapen of andere taken opmerken kan dan moeilijker worden.

Interoceptie

Het waarnemen en begrijpen van signalen uit je lichaam, zoals honger, dorst, pijn, spanning, hartslag, temperatuur of een volle blaas. Sommige mensen merken deze signalen pas laat of ervaren ze heel intens.

Maskeren of camoufleren

Bewust of onbewust gedrag aanpassen om autistische of ADHD-kenmerken minder zichtbaar te maken. Bijvoorbeeld oogcontact nadoen, beweging onderdrukken of sociale reacties instuderen. Langdurig maskeren kan veel energie kosten.

Meltdown

Een onvrijwillige ontlading wanneer spanning of prikkels niet meer verwerkt kunnen worden. Dat kan zichtbaar worden als huilen, boosheid, schreeuwen of bewegen. Het is geen bewuste driftbui en veiligheid en minder prikkels gaan vóór uitleg.

Onderprikkeling

Een toestand waarin je zenuwstelsel te weinig passende input krijgt. Je kunt je leeg, sloom, rusteloos of ongeconcentreerd voelen en sterk naar beweging, geluid, uitdaging of afwisseling zoeken.

Overprikkeling

Er komt meer zintuiglijke, sociale, emotionele of cognitieve informatie binnen dan je op dat moment kunt verwerken. Vroege signalen kunnen vermoeidheid, irritatie, hoofdpijn, dichtklappen of moeite met praten zijn.

RSD of afwijzingsgevoeligheid

RSD staat voor Rejection Sensitive Dysphoria en wordt gebruikt voor zeer intense pijn bij echte, verwachte of vermeende afwijzing. Het is geen officiële diagnose. Andere oorzaken, zoals angst, trauma, stress of een negatief zelfbeeld, kunnen ook meespelen.

Lees de genuanceerde uitleg over RSD →

Shutdown

Een naar binnen gerichte reactie op te veel spanning of prikkels. Praten, bewegen, beslissen of reageren kan tijdelijk nauwelijks lukken. Rust, tijd, veiligheid en weinig vragen helpen vaak beter dan aandringen.

Stimmen

Herhalende bewegingen, geluiden of handelingen die kunnen helpen bij regulatie, concentratie, ontlading of plezier. Voorbeelden zijn wiegen, tikken, neuriën of met een voorwerp bewegen.

Taakverlamming

Vastlopen tussen willen en doen. Een taak kan te groot, onduidelijk, saai, spannend of uit te veel stappen opgebouwd zijn. De eerste stap kleiner en zichtbaarder maken kan de drempel verlagen.

Bronnen en nuance

Niet ieder woord hierboven is een medische diagnose. Ik gebruik deze termen om ervaringen begrijpelijk te maken, niet om iemand op basis van een tekst een label te geven.